Voedseldroppings, hoop op een goede afloop

Lancaster bommenwerpers boven het duin achter de Duinoord. <em>(Foto: E. Wolthaus)</em>

Toen de oorlog op haar eind begon te lopen, heerste er grote hongersnood in Nederland. Op 25 april '45 stuurde generaal Eisenhower een telegram naar de Reichskommissar dat hij boven het westen van Nederland voedseldroppings wilde doen. Vliegtuigen zouden zakken met voedsel afwerpen. Hierbij werd afgesproken dat er niet op de vliegtuigen geschoten mocht worden en dat ook de vliegtuigen geen bommen af zouden werpen of stellingen onder vuur zouden nemen. Op 26 april kregen de geallieerden bericht terug. De Rijkscommissaris ging akkoord met de voedseldroppings. De Duitsers werden na deze positieve reactie geïnformeerd over de plaatsen waar het voedsel afgeworpen zou worden. Flugplatz Katwijk was één van deze plekken.

De voorbereidingen

Door middel van een pamflet werd de bevolking gewaarschuwd voor de voedseldroppings. Hierin werden een aantal zaken behandeld, zoals het feit dat de Duitsers wisten dat het ging gebeuren, dat het voedsel afgeworpen ging worden door bommenwerpers en dat deze bij dag en nacht konden komen. Er moesten dus groepen gevormd worden om het voedsel op te halen en uit te kijken naar de vliegtuigen. Ook moest er rekening gehouden worden met het feit dat de pakketten zwaar waren en een mens zou kunnen doden wanneer deze het pakket op zich kreeg. De Duitsers waren opgedragen de bevolking te helpen, maar hiervoor kon natuurlijk niet ingestaan worden. Wanneer de Duitsers het voedsel zouden proberen te stelen, moest dit opgeschreven worden zodat de personen in kwestie voor deze oorlogsmisdaad berecht konden worden. Er moest tevens op worden toegezien dat de pakketten onderling eerlijk verdeeld werden, omdat de hoeveelheden op sommige plaatsen niet afdoende zouden kunnen wezen.

De droppings

Britse Lancaster bommenwerpers vliegen laag over Katwijk aan Zee. Bewoners klommen op de daken om het schouwspel gade te slaan. <em>(Foto: Katwijks Museum)</em>

De Britse voedseldroppings-operatie ging onder de codenaam "Manna", genoemd naar het Bijbelse manna wat uit de hemel kwam vallen. Rond 1 uur, op 29 april 1945 was boven Katwijk het motorgeronk van 59 Avro Lancasters te horen, die vanuit Engeland kwamen aanvliegen. De vliegtuigen dropten op vliegkamp Valkenburg zo'n 119,3 ton voedsel. Met grote vreugde gingen de mensen naar het vliegkamp toe om hier het voedsel in ontvangst te nemen, en uiteraard om naar het geweldige schouwspel te kijken. De crews van de vliegtuigen dropten niet alleen de pakketten die ze meegenomen hadden, maar gooiden ook pakjes sigaretten en snoepgoed naar beneden, wanneer zij zeer laag over de mensenmassa scheerden. Zoals te verwachten viel moest de politie veel optreden om mensen tegen te houden die voedsel stalen en om voedsel op te halen wat was gevonden buiten het droppingsgebied. Ook onder de arbeiders die het voedsel op moesten halen bevonden zich dieven. Hierom werden alle arbeiders gefouilleerd bij het verlaten van het vliegveld. Kinderen renden over de velden om ook maar een beetje van het voedsel te pakken te krijgen.

Op 30 april werd er door 95 Britse Lancasters 186 ton voedsel gedropt op Flugplatz Katwijk. Dit gebeurde omstreeks half 6 's middags. Op 1 mei was er nog een dropping. Er werd in totaal 252,3 ton voedsel gedropt. Deze enorme hoeveelheid werd afgeworpen door zowel de RAF als de USAAF. De Amerikanen gingen deze dag onder de codenaam "Chowhound". Op 2 mei werd er wederom voedsel gedropt boven het vliegveld. Deze keer alleen door de RAF. Er was bij de voedseldroppings een wezenlijk verschil tussen de Engelsen en de Amerikanen. De Engelsen hielden zich keurig aan de afgezette gebieden, terwijl de Amerikanen hun lading afwierpen waar ze mensen op de grond zagen. Het is voorgekomen dat een hele lading in een van de tankgrachten bij het vliegveld viel. Voor de vrijwilligers was het dan ook verplicht om een helm te dragen. Met paard en wagen werden de pakketten verzameld en naar de diverse distributiepunten gebracht.

On our other manna trips, we flew just above the rooftops to get as low as possible so as not to damage the food too much when we dropped it. It was heart-breaking to see the young children in their dog carts dodging the German soldiers to try to snatch up the food to take home. We heard afterwards that the Germans took a lot of the food for themselves. These manna operations at least did not kill anybody and we were happy to help the brave Dutch people.

Warrant Officer Flight Engineer Harry Parkins, 576 Squadron

The mission's target was the airfield Valkenburg. We had no trouble finding the field where the cargo had to be dropped. Opposition from air or ground was non-existent. When turning on the run to drop I could see German soldiers walking their station. We dropped the food. Because the food was in burlap bags, some did hang up on the shackles in the bay. This didn't cause trouble however, so we closed the bay and returned to the base with a good feeling. The crew that was on board was a combat crew and did its share of blowing up things. After all the destructive missions we all felt very good about this mission. I think that the lumbering bombers that came in over the drop-zones at 150-175 knots at low altitude must have raised some spirits of the people on the ground.

Bernie Behrman, 569th Squadron - 390th Bomb Group

De voedseldroppings op Flugplatz Katwijk werden uitgevoerd door de No.1 Group van de Raf en de 390e Bombardment Group van de USAAF. Het verzamelde voedsel werd na het ophalen geregistreerd, zodat het voedsel zo eerlijk mogelijk verdeeld kon worden. De voedseldroppingen kwamen letterlijk als een geschenk uit de hemel en zorgden ervoor dat de mensen de goede moed erin hielden. Velen wisten nu dat de oorlog wel snel afgelopen moest zijn.

Een B17 van de 390e Bombardment Group op 1 mei 1945 boven Valkenburg. <em>(Foto: E. Wolthaus)</em>

De afgeworpen zakken worden door de burgerbevolking op paardenkarren geladen. <em>(Foto: Katwijks Museum)</em>

Een Britse Lancaster gezien vanaf de Oegstgeesterweg in Rijnsburg op weg naar de dropzones in Katwijk en Valkenburg. <em>(Foto: Genootschap Oud Rijnsburg.)</em>

Maaltijd

'Wat we van onze bevrijders kregen' <em>(Foto: Katwijks Museum)</em>

Dropzone

De dropzone was gemarkeerd op de kruising van de start en landingsbanen van het vliegveld. <em>(Foto: E. Wolthaus)</em>

Pakketten storten richting de aarde. De sleuven waarmee het vliegveld onklaar gemaakt was zijn goed te zien. <em>(Foto: E. Wolthaus)</em>

Katwijk in Oorlog wordt met zorg en passie samengesteld door Danny Hoek en Erik Wolthaus.
Heeft u informatie, verhalen, foto's, documenten, aanvullingen of correcties? Neem dan contact met ons op!

Klik hier voor een lijst van personen die hebben bijgedragen aan dit project.