Tolo Saryusz Makowski

Ostrog, provincie Wolhynia, Polen (nu Ukraine) Fam. Saryusz Makowski met van links naar rechts moeder Stefania, Tolo, zuster Wanda en vader Arnold. Foto rond 1932. <em>(Foto: G. Saryusz Makowski)</em>

Omzwervingen van een Pools lansier

Witold Saryusz Makowski (Tolo) werd in 1912 geboren te St. Petersburg als zoon van een Pools professor. Tolo's vader was tussen 1920 en 1943 als hoogleraar verbonden was aan het Geologisch Instituut (PIG) van de Vrije Universiteit te Warschau en een goede vriend van Jozef Pilsudski. Beide waren fanatieke leden van de Poolse Socialistische Partij en hebben samen nog in gevangenschap gezeten in 1899 en 1901. Pilsudski beklemtoonde de eis van een wederoprichting van een soevereine Poolse staat en wilde hiervoor in het revolutiejaar 1905 met militaire middelen strijden. Zij vochten voor de vrijheid van Polen.

Witold was reserve Cavalerie officier bij het 22e Ulanen Regiment te Brody van 1932 tot 1939. Tegelijkertijd deed hij van 1934 tot 1938 een studie economie te Warschau. Toen hij daar mee klaar was kwam hij in '38 bij het Poolse Ministerie van Buitenlandse Zaken en begon zijn diplomatieke carrière. Allereerst te Leipzig, waarna hij in de zomer van 1939 naar Nederland vertrok, om in Amsterdam Vice-Consul te worden.

1 september 1939 - Polen in oorlog met Duitsland

De Poolse diplomaten vertrokken mondjesmaat naar Engeland. Tolo ging niet mee! In plaats daarvan begaf hij zich naar Frankrijk alwaar hij zich meldde bij het Polish Army Camp te Coetquidan. Kolonel Maczek was daar bezig de Light Motorised Division, ook wel Cavalerie Motorisé, te formeren. Later zou deze eenheid uitgroeien tot de "1e Poolse Pantser Divisie".

Als "verbindingsofficier" kwam hij regelmatig in Den Haag om zijn vrouw te bezoeken en om de Britse en Amerikaanse diplomaten waarmee hij contact onderhield in te lichten over de laatste ontwikkelingen betreffende de vordering van de formatie. Dit deed hij in opdracht van de Poolse Inlichtingendienst.

Mei 1940 - Nederland in oorlog met Duitsland

Toen in Nederland de oorlog uitbrak was Tolo in Nederland en kon daardoor niet meer terug naar Frankrijk. Een tijd van spanning brak aan, want wat zouden de Duitsers immers doen met Polen in bezet gebied? Hij besloot zich te melden bij Majoor Colbert van de Amerikaanse ambassade in Den Haag. Deze nam hem in bescherming en zou een goed woordje voor hem doen wanneer er problemen zouden ontstaan met de Duitsers. Op 9 september 1940 ontvangt Tolo het bericht dat hij Den Haag binnen 48 uur moet verlaten en verplicht 15 kilometer van de kust moet gaan wonen. Hij verhuisde naar Amsterdam, alwaar hij contact kreeg met de Nederlandse advocaat Boelen. Deze was getrouwd met een Poolse en was de voorzitter van het comité Polen-Nederland. Vanuit deze organisatie ontving Tolo wekelijks een klein bedrag voor zijn levensonderhoud. 

Engelandvaart vanuit Katwijk mislukt

Via mevrouw Boelen kwam hij in contact met de verzetsorganisatie "Vrij Nederland", die hem inlichtingen konden geven betreffende de voorbereidingen van de Duitsers op een invasie in Engeland. Deze inlichtingen werden verzameld door zijn collega’s in Den Haag, luitenant Van Doorn en sergeant-cadet piloot H. du Pon, met het doel ze door te sturen naar Engeland. Tolo had ook als doel om Engeland te bereiken en van daar uit door te reizen naar Schotland om zich te melden bij de Poolse troepen. Met hulp van de Britten waren ze namelijk bezig om twee Poolse legereenheden te formeren. Deze werden later, de 1Poolse Pantser Divisie van Generaal Maczek (Bevrijding Breda, oktober 1944) en de Poolse Parachutisten Brigade van Generaal Sosabowski (Operatie Market Garden,september 1944).

Begin februari 1941 werden diverse leden van die organisatie de een na de ander gearresteerd. Het werd tijd om te vluchten. Ik ben naar de plaats Deurne gegaan, 25 km ten oosten van Eindhoven, waar ik onderdook bij baron T. de Smeth en bij dr. Wiegersma. Aldaar volgde ik het verloop van de gebeurtenissen in Amsterdam.

Intussen waren luitenant Van Doorn en cadet Du Pon bezig onze vlucht over de zee naar Engeland voor te bereiden. Op 18 april 1941 volgde ons vertrek vanuit de stad Katwijk in een kajak (een z.g. opvouwbare kano). In de nacht stak er een verschrikkelijke storm op. Als door een wonder ontkwamen we aan verdrinking, we werden de volgende ochtend om 8 uur gered door een Nederlandse vissersboot, die ons naar de haven van IJmuiden bracht. Daar glipten we langs de Duitse wachtposten heen en we bereikten Haarlem.

In Amsterdam hoorde ik van advocaat Boelen dat het proces tegen 25 leden van Vrij Nederland begonnen was en dat er 8 personen ter dood waren veroordeeld, de anderen tot vele jaren gevangenisstraf. Doordat advocaat Boelen een aantal leden van die organisatie verdedigd had, kon hij me meedelen dat mijn persoon niet verraden was door geen van de gevangen genomen personen. 

2e luitenant Makowski, Witold A.W. - Lille, 4 december 1944

De uitgang van het Zeehostunneltje aan de Katwijkse boulevard rond 1934. <em>(Foto: Katwijks Museum)</em>

De ontsnappingspoging vond plaats vanuit het tunneltje bij het Rotterdamsch Zeehospitium te Katwijk. Het tunneltje, dat gebruikt werd om patiënten uit het instituut naar het strand te brengen, was nu een weg uit het bezette gebied geworden. Zij zouden niet de laatsten zijn die via het tunneltje een poging ondernamen. Helaas verliep de poging niet zoals gedacht en konden ze net op tijd van de verdrinkingsdood gered worden door de Katwijkse logger KW32 "Sakina". De bemanning zorgde ervoor dat de beide mannen goed aan het zicht onttrokken waren, zodat ze ze achter de Duitse wachtposten af konden zetten in IJmuiden. De schipper liep het risico ook opgepakt te worden wanneer de mannen ontdekt zouden worden. Een heldendaad opzich.

De tweede poging: lopen

De tweede poging om in Engeland te geraken vond plaats in eind november 1941. Samen met Freek Kragt, later werkzaam bij MinBuZa, wilde hij via België en Frankrijk naar Spanje lopen om van daar uit naar Engeland te gaan. Hij wist het onbezette deel van Frankrijk te bereiken, maar werd in de trein gearresteerd door de Franse autoriteiten en geinterneerd in het fort "Chapely", vlakbij Lyon.

Na korte tijd wist hij samen met 5 andere studenten te ontsnappen. De situatie en het gebrek aan geld deden hem besluiten om terug te keren naar Den Haag. Op 29 december 1941 kwam hij aan in Den Haag, alwaar hij onderdak vond bij zijn aanstaande schoonvader, de heer Van der Straaten.

Op 8 april 1942 om 0.30 uur in de nacht werd ik in mijn kamer in Amsterdam gearresteerd door twee Gestapo-agenten. Na een paar dagen van onderzoekingen in de gevangenis in Scheveningen, die vaak erg onaangenaam waren, kwam het aan het licht dat mijn reis naar Frankrijk verraden was door een Nederlander, Piet van Blockland. In Scheveningen heb ik 3 maanden gezeten, daarna werd ik overgebracht naar het concentratiekamp in Amersfoort, waar ik na veel fysiek lijden als door een wonder werd vrijgelaten op 14 augustus 1942.

2e luitenant Makowski, Witold A.W. - Lille, 4 december 1944 

Tolo tijdens het oefenen als springruiter. 22e Ulahnen Regiment, in Brody, 1935/36 <em>(Foto: G. Saryusz Makowski)</em>

Hoe kwam het dat hij zomaar vrijgelaten werd? Het was immers bekend dat Polen het concentratiekamp Amersfoort nooit verlieten. Tolo was een goed springruiter en deed  in 1936 mee als reserve met het Pools springruiterteam aan de Olympische Spelen te Berlijn. Een Duits officier in het kamp herkende hem als zodanig omdat hij zelf ook springruiter was geweest in het Duitse team. Hij zorgde voor zijn vrijlating.

Onderduiken

Den Haag werd te gevaarlijk en via via werd er een onderduikadres gevonden in Deurne, bij Helmond. Hier kon Tolo uitrusten op de kleine boerderij. Toen hij voldoende hersteld was vond hij werk bij Philips te Venlo (Pope's). In december 1942 trouwde hij met Mary Ann van der Straaten, die ook Den Haag had moeten verlaten. Zij gingen in Deurne wonen. 

In Deurne behoorde ik tot de organisatie die zich bezighield met het laten onderduiken en verder helpen van militairen van de geallieerde luchtmacht die in grote aantallen landden in deze omgeving. Op 29 februari 1944 maakte een jachtvlieger een noodlanding in Son, 6 kilometer ten noordoosten van Eindhoven. Het was een Pool, luitenant piloot Erazm Nardzinski, registratienummer 1581.

Luitenant Nardzinski verbleef een paar maanden bij mij in Deurne en bij boeren in de omgeving. Toen ik de nodige papieren voor hem had vervaardigd vertrok hij begin juli via België naar Frankrijk. Voor zover ik weet is hij nu gelukkig in Engeland.

2e luitenant Makowski, Witold A.W. - Lille, 4 december 1944  

September/Oktober 1944: België en Zuid-Nederland bevrijd

Op 24 september 1944 werd de stad Deurne bevrijd door de 11e Engelse Pantserdivisie. Op die zelfde dag brandde het huis van Tolo en Mary Ann volledig af. De omgeving was het strijdtoneel van de bevrijding van Zuid-Nederland. Ook de Polen speelden hier een grote rol! De omgeving Hulst, Axel en Breda werden op 29 oktober 1944 door de Polen bevrijd. Het was Generaal Maczek, met zijn in Engeland geformeerde "1ste Poolse Pantser Divisie". 

Tolo als Pools Ritmeester en Liaison Officer van het 30th Corps, 21st Army Group. Gestationeerd in Hameln, West-Duitsland. 1945-1946. <em>(Foto: G. Saryusz Makowski)</em>

De Engelse autoriteiten maakten het mogelijk om naar Brussel af te reizen. In oktober 1944 beviel Mary Ann van een zoon. Ze noemden hem Jerzy (George). In Brussel meldde Tolo zich in Brussel bij het gezantschap en het consulaat van de Republiek Polen, tevens meldde hij zich bij luitenant-kolonel Mikulicz-Badecki, die hem naar de Poolse Militaire Missie stuurde, naar luitenant-kolonel Krupski en luitenant-kolonel Banach. Zij zorgden ervoor dat Tolo naar Lille kon, om daar in verzamelkamp no. 3 te wachten tot hij naar Engeland kon om zich daar bij de troepen te voegen. Dit is uiteindelijk gebeurd. In het najaar van '44 meldde hij zich bij de "First Polish Division" in Schotland. In april 1945 werd hij ritmeester en verbindingsofficier bij het 30th Corps, onderdeel van de 21st Army Group te Hameln in Duitsland. Dat werk heeft hij tot 1947 gedaan. Toen vond de demobilisatie plaats, waarna hij terug ging naar Den Haag. Hij besloot in Nederland te blijven. De politieke situatie in zijn vaderland Polen was inmiddels dermate veranderd dat het praktisch onmogelijk was om terug te keren.

Gedurende de oorlog heeft hij heel veel geluk gehad. Heeft vele Nederlanders leren kennen,die veel respect voor hem hadden en hem zeer moedig vonden. Zo dachten ze van alle Polen in de oorlogsperiode. Een dapper volk die Polen! Met zijn zeer militaire, disciplinaire en charmante manier van optreden oogstte hij veel respect en bewondering bij de Nederlanders.

Periode na de oorlog in Nederland

Je had niets. Wat nog in Warschau was, was of verloren of gebombardeerd. De vrienden,
die hij voor de oorlog of tijdens de oorlog kende, waren gesneuveld, zaten al in Engeland,
of vertrokken naar Canada, Australië, Noord- en Zuid-Amerika. Ze bleven allen niet in Nederland.

Admiraal Tadeusz Podjazd-Morgenstern, Zuster Wanda en Tolo aan boord van een marineschip. <em>(Foto: G. Saryusz Makowski)</em>

Neem nu als voorbeeld zijn zuster. Zij was gedurende de oorlog in Warschau. Ze was zeer actief betrokken bij "de Opstand van Warschau" in augustus 1944. Daar werd zij de rechterhand van de leider, Generaal Tadeusz Bor-Komorowski. Op een gegeven moment kwam ze als gevangene in Duitsland terecht, waar ze later door de Amerikanen bevrijd werd. Ze ontving de hoogste Poolse onderscheiding,de "Virtuti Militari", voor haar verzetswerk. In Engeland voegde zij zich als officier bij de Poolse Marine, onderdeel van de Britse Marine. Na haar huwelijk emigreerde ze met vele andere Polen naar Zuid-Amerika, eerst naar Argentinië en later Brazilië.

Het grote probleem was natuurlijk de taal. Tolo sprak redelijk goed Nederlands, maar wel met een accent, en het schrijven van een foutloze brief, was ook nog niet onder controle. Daarbij was hij natuurlijk ook niet de enige die in Nederland, na de oorlog, die werk zocht. Ze woonden intussen in Den Haag. Hij kon voor zijn schoonvader werken bij de British Iron & Steel Corp. Ltd. Ondertussen werd ook het Nederlanderschap aangevraagd. Dankzij zijn vele goede referenties uit de oorlogsperiode, ontvangt hij het Nederlanderschap in 1950.

Tolo begint als hoofdvertegenwoordiger van een Schotse staalproducent in Nederland. Daarna heeft hij voor Nederlandse bedrijven contacten gelegd in Polen. Dat was zijn eerste keer weer terug in Polen, sinds de oorlog. Het was door de situatie goed opletten geblazen. Poolse veteranen waren niet geliefd bij het communistische regime.

In die periode was er regelmatig contact met Polen die via andere wegen in Nederland terecht gekomen waren. Tolo was voorzitter van de Bond van Poolse Oud-strijders in Nederland. Hij had goede contacten met het Hoofdbestuur van de Poolse Katholieke Vereniging in Nederland. Zelfs zo goed dat er regelmatig jonge Poolse priesters bij hem een goede Hollandse borrel kwamen drinken. Een van die priesters was Paus Johannes Paulus II. De Polen deden toen al aan herdenking van de oorlogshandelingen in Nederland. Zo was er de herdenkingsbijeenkomst in mei 1955 te Arnhem en de onthulling van het monument opgericht ter ere van de "Eerste Onafhankelijke Poolse Parachutisten Brigade" te Driel, in september 1961.

Tolo kwam in aanmerking voor een verzetspensioen. Hij is altijd in Den Haag gebleven. In 1995 is hij daar op 83 jarige leeftijd overleden.

Nawoord van zoon Jerzy W.A. Saryusz Makowski

Hij kwam uit een andere tijd, een ander deel van Europa. Werd in zijn manier van doen, vaak niet begrepen of men wilde hem niet begrijpen. Zijn charmante manier van benadering vond de nuchtere Nederlander eng. Men wist er niet mee om te gaan. Het geven van een spontane handkus, het spontaan omhelzen van een man! Eng! Vreemd! De grote cultuurverschillen. Op en top gentleman, vaak te bescheiden en dat in vergelijking met het Nederlandse optreden, dan mistte je de boot of de opdracht! De Nederlanders van zijn eigen generatie en leeftijd, die óók de oorlog actief mee gemaakt hebben, voelden hem zeer goed aan en begrepen hem. De iets jongeren, die net niet de oorlog meegemaakt hadden vonden hem soms raar. Terwijl mijn generatie hem op handen droeg, vanwege zijn militaire verhalen in Polen en de periode in de oorlog.

Ritmeester

Tolo als Ritmeester. Foto genomen rond 1989. <em>(Foto: G. Saryusz Makowski)</em>

Cavalerie Officier

Tolo als Cavalerie Officier bij het 22 Ulahnen Regiment te Brody, 1935/36 <em>(Foto: G. Saryusz Makowski)</em>

Katwijk in Oorlog wordt met zorg en passie samengesteld door Danny Hoek en Erik Wolthaus.
Heeft u informatie, verhalen, foto's, documenten, aanvullingen of correcties? Neem dan contact met ons op!

Klik hier voor een lijst van personen die hebben bijgedragen aan dit project.