Na de bezetting van het vliegveld Valkenburg in mei 1940 zijn er tijdens de oorlogsjaren diverse eenheden gestationeerd geweest. De eenheid die het meest tot de verbeelding spreekt is het Fallschirm Ersatz- und Ausbildungs- Regiment Hermann Göring. Dit regiment was opgericht in 1935 door de bevelhebber der Luftwaffe Hermann Göring, en had als opleidingseenheid de taak om de Luftwaffe te voorzien van nieuwe personeel. En dan met name de Fallschirmjagereenheden en de FLAK troepen. Van juni 1943 tot september 1944 waren soldaten van het regiment aanwezig in Katwijk. Men viel onder het commando van het 1e Fallschirm-Armee Student en de directe bevelvoerder was Hauptmann Wimmer. Hun onderkomen hadden de troepen in de barakken van het vliegveld aan de Wassenaarseweg. De eerste eenheid die in juni '43 in Katwijk arriveerde was 4. schw. E. u. A. Rgt. HG, Feldpost Nr. : L 49878 L.G.P. Amsterdam. Deze groep bleef tot december 1943 op het vliegveld. Op hun hoogtepunt waren er meer dan 12.000 man van Division Hermann Göring aanwezig verspreid over heel Nederland.
Op 21 May 2013 in Vliegveld, Uitgelicht en De Bezetter

Onderduikers en Rijnsburg zijn twee woorden die in de oorlogsjaren in één adem genoemd konden worden. Het onderbrengen van Joodse kinderen en verbergen van onderduikers die opgeroepen waren voor de arbeitseinsatz waren in het dorp aan de orde van de dag. Dit was uiteraard niet geheel zonder risico, en dat besefte men maar al te goed. Maar gedreven door een standvastig geloof in God en een gezonde dosis lef namen vele Rijnsburgers het risico om zich te bekommeren om de vluchtelingen. Om deze mensen te ondersteunen met geld en distributiebonnen werd medio 1942 de L.O. , Landelijke organisatie voor hulp aan Onderduikers opgericht.
Op 24 March 2013 in Uitgelicht, Verzet en Jodenvervolging
Na de ingebruikname van vliegveld Valkenburg door de Luftwaffe hebben een groot aantal verschillende soorten vliegtuigen gebruik gemaakt van Flugplatz Katwijk. Één type die hierbij opvalt zijn de zogenaamde Nachtjägers. Alhoewel er nooit eenheden permanent gestationeerd zijn geweest werd er door hen regelmatig uitgeweken naar Katwijk. In het geval van brandstofgebrek of als men zwaar aangeschoten op één motor naar huis hinkte was het vliegveld een welkome thuishaven. Na het uitvoeren van eventuele noodreparaties werden de vliegtuigen in Katwijk bijgetankt om verder hun weg te vervolgen.
Op 17 February 2013 in Vliegveld, Uitgelicht en De Bezetter
Het is donderdag 6 februari 1941 en een begrafenisstoet uit Leiden is zojuist gearriveerd op het kloosterkerkhof in Katwijk aan den Rijn. Onder grote belangstelling wordt de stoet opgewacht door de paters en studenten van het college. Evenals pastoor C.J. Hesp, de kapelaans en het voltallige kerkbestuur van de RK parochie H Joannes de Doper. Het is bitter koud, en in Friesland is op deze ijzige dag de zevende Elfstedentocht in volle gang. De mensen die zich bij het Missie college verzameld hebben zijn daar om afscheid te nemen van pater Gregorius van Heusden. Eerder die dag heeft er een herdenkingsdienst voor hem plaatsgevonden in de Parochiekerk Hartebrug in Leiden. Uit het hele land waren er RK hoogwaardigheidsbekleders, familie en bekenden naar Katwijk aan den Rijn afgereisd om de plechtigheden bij te wonen.
Op 01 February 2013 in Uitgelicht en Slachtoffers
Net even buiten het dorp, als men de Lange Vaart overgestoken is ligt aan een stuk land dat in de volksmond “de Havik” wordt genoemd het Spinozahuis. Tussen de koolvelden en aan een achteraflaantje was het huis oorspronkelijk gebouwd in opdracht van de Leidse chirurgijn Herman Homan als buitenverblijf. In die tijd hadden welgestelde burgers als Homan vaak een tweede huis op het platteland. Zodat als pest, cholera of andere epidimieën de kop opstaken men kon uitwijken naar een buitenverblijf en daarmee een gewisse dood in de stad ontlopen.
In 1661 kwam de joodse wijsgeer Spinoza naar Rijnsburg en huurt bij Homan twee kamers. In de ene woont hij en in de andere slijpt hij lenzen voor optische instrumenten om in zijn levensonderhoud te voorzien. Vanwege zijn voor die tijd radicale denkbeelden was Spinoza door de gevestigde religieuze kringen als persona non grata bestempeld. Rijnsburg is sinds oudsher een gemeente waar anders denkenden hun toevlucht vonden. Vanaf 1621 was Rijnsburg het middelpunt van waar de Collegianten hun jaarlijkse vergaderingen hielden, gedoopt werd er in de Vliet en als kerk diende de boerenschuur van Gijsbert van der Kodde. Spinoza voelt zich tussen hen thuis en legt in Rijnsburg de basis voor wat zijn beroemdste werk zal worden, de Ethica. Na het vertrek van Spinoza naar Den Haag in 1663 heeft het huis ontelbare nieuwe bewoners waarna het uiteindelijk vervalt het tot de status van daglonershuisje.
Op 05 January 2013 in Uitgelicht, Verzet en Jodenvervolging

Het is 24 november 1942 en op het Noordwijkse strand is een Duitse vlieger aangespoeld. De politie wordt gewaarschuwd en het lichaam wordt geborgen. Zijn identiteit wordt vastgesteld als zijnde Gefreiter Berno Heilig. Vervolgens worden er voorbereidingen voor zijn begrafenis getroffen. Deze vindt twee dagen later op 26 november 1942 plaats op de NH begraafplaats te Katwijk aan Zee.
Berno Heilig was op maandag 19 oktober 1942 in zijn Junkers JU88 vertrokken van de thuisbasis van 6./KG 6 Dinard in Bretange aan de kust van Noord Frankrijk. De eenheid was onderdeel van Kampfgeschwader 6 onder het bevel van Oberstleutnant Walter Storp en was opgericht op 1 september 1942. Berlijn had destijds besloten dat er een volledig Geschwader samengesteld moest worden met als doel belangrijke Britse industrïele instellingen, commando en communicatie centra aan te vallen. KG 6 werd daarop uitgerust met Dornier Do 217, Junkers JU188 en Junkers JU88 bommenwerpers en had op zijn hoogtepunt een sterkte van vier Gruppen.
Op 24 November 2012 in Uitgelicht, De Bezetter en Slachtoffers

Het is 13 februari 1945. Officier vlieger Eric Ditmarsch en diens Leader, kapitein L.M. Meijers, zijn in hun MK XVI.E serie Spitfires op een gewapende verkenningsvlucht boven bezet Nederland. Om 09:15 zijn ze samen met tien andere Spitfires in secties van twee vertrokken van vliegbasis Woensdrecht. Beide heren hebben de opdracht gekregen op zoek te gaan naar willekeurige Duitse doelwitten. Er wordt direct koers gezet naar zee en langs de kust vliegen ze naar Den Haag. Bij Den Haag aangekomen gaan de Spitfires evenwijdig aan de kust boven land vliegen. Ter hoogte van Valkenburg worden ze door FLAK beschoten, waarbij Meijers meteen omhoog gaat om de luchtdoelgranaten te ontwijken, en Ditmarsch landinwaarts afwendt. Inmiddels bevinden Meyers en diens wingman Ditmarsch zich boven de Rijksweg 4, de huidige A44, en vliegen richting Amsterdam. Deze drukke weg tussen Amsterdam en Den Haag is bij geallieerde vliegers met name populair omdat de gelegenheid tot een fraai stukje prijsschieten op een Duits konvooi zich daar regelmatig voordoet. Het is voor beide heren dan ook geen onbekende route.
Op 08 October 2012 in Uitgelicht en Slachtoffers

Op 31 augustus 1880 werd er in ons koningshuis een prinsesje geboren. Men noemde haar Wilhelmina Helena Pauline Maria en als Koningin Wilhelmina zou zij Nederland van 1940 tot 1945 door 5 jaar oorlog en bezetting leiden. Ter ere van haar 18e verjaardag werd in Rijnsburg door de gemeenteraad besloten om een boom te planten. Gekozen werd voor een plaats centraal in het dorp aan de Vliet NZ recht tegenover de Kerkstraatbrug. Op 4 september 1898 werd de boom feestelijk geplant door burgemeester Meijboom in aanwezigheid van de gemeenteraad. De omringende festiviteiten werden luister bijgezet door zangvereniging De Lofstem. Er werd een houten vlonder over de Vliet geconstrueerd waarop het koor een uitvoering gaf van een opera van Richard Wagner. Tevens werd er een smeedijzeren hek met de plantingsdatum en een beeltenis van de jonge Wilhelmina om de boom geplaatst.
Op 23 August 2012 in Uitgelicht, Verzet en De Bezetter

De Nationaal Socialistische Beweging is sinds de oorlogsperiode altijd een gevoelig onderwerp van gesprek geweest. Dit geldt voor zowel oud NSB’ers en hun familieleden, als families van oorlogsslachtoffers en zelfs voor mensen die helemaal niet met de NSB te maken hebben gehad. Landverraders en lafaards worden de NSB’ers genoemd. Ondanks het feit dat het hier een gevoelig onderwerp betreft willen wij toch een zo volledig mogelijk beeld schetsen van de NSB groep die in Katwijk gevestigd was. We hebben uit discretie voor nabestaanden gekozen om geen namen van personen te noemen. Waar voor de volledigheid namen nodig waren hebben wij deze vervangen door afkortingen. Wij nemen u mee terug in de tijd naar een onderbelicht, maar toch zeker intrigerend deel van de Katwijkse geschiedenis.
Op 03 July 2012 in Uitgelicht en De Bezetter

“Ga maar om een ijsje bij Voortman”. Voor de oorlog was dit al iets wat vele Katwijkers bekend in de oren klonk. De kleine ijssalon zat aan de Voorstraat naast de melkzaak van Verdoes en de eigenaar was Aron Schelvis. Voor het gezin zat de ingang achterom. De familie Schelvis moest via het melkhuis van de buren in de zaak komen. De voorzijde was aan de Voorstraat en door openslaande deuren kwam men in het ijswinkeltje, op dat moment de enige Katwijkse horecagelegenheid in zijn soort. Er naast, aan de Prinsestraat nr. 3, was een huis waar het gezin voor de oorlog is gaan wonen. Met die verhuizing naar Katwijk werd de familie Schelvis één van de drie joodse families die het dorp rijk was. Aron werd in de volksmond al snel Arie en gauw was hij een graag geziene verschijning in Katwijk. Een hartelijke man met een groot hart en een echte kindervriend.
Op 12 June 2012 in Uitgelicht en Jodenvervolging

Piet Plug was nog maar een jonge jongen in de oorlogsjaren. Hij kwam uit het gezin van visserman Jan "de Noortukker". Na dolle dinsdag moesten alle schepen verdwijnen uit de haven van Scheveningen. Zo ook de KW12. Vanaf die tijd werd de kotter waar zijn vader op voer ingezet voor de voedselvoorziening van Den Haag. Familieleden voeren al met hun Katwijkse binnenschuiten voor de voedselvoorziening van de grote steden, maar deze voeren op gasolie wat inmiddels zeer schaars was geworden. De motor van de KW12 liep op zware stookolie en dat was nog wel verkrijgbaar. De kotter werd alras ingezet als sleepboot voor de binnenschuiten. Dat hield in dat de boten naar allerhande locaties moesten varen om daar voedsel op te halen voor de distributie in Den Haag en Rotterdam. Piet, toen 16 jaar oud, ging ook weleens mee op deze tochten. Een verhaal over een Katwijkse jongen en een scheepje met een rijke oorlogshistorie.
Zoals gezegd werd de KW12 in 1944 ingezet voor de voedselvoorziening van Den Haag. Dit was zo geregeld met de Wehrmacht, zodat er toch nog gevaren kon worden met het scheepje. Het was een oude houten viskotter, een echt pittoresk scheepje dat normaal in de uitwatering van Katwijk gelegen was. De eigenaar was opa Gijs van den Oever, ook wel bekend als Gijs van Juite. In de meidagen zijn bij opoe Gerrie en opa Gijs van Juite nog Joden geweest. Die wilden een hoop geld betalen om naar Engeland overgezet te worden. Dat ging mooi niet door, want dat was veel te gevaarlijk. Nee, de KW12 bleef in Nederland. De eerste tocht ging naar de Haarlemmermeer, alwaar het scheepje afgeladen werd met aardappelen, groenten en zout. Dat zout werd zo hier en daar op minder nette wijze verkregen, maar het was enorm handig om de goederen in te maken. De boeren hadden vaak een grote berg zout liggen voor dit doel.
Op 15 May 2012 in Uitgelicht en Visserij
Wat eigenlijk niet veel mensen vandaag de dag nog weten is dat Rijnsburg naast de veiling Flora ook nog een andere bloemenveiling rijk is geweest, namelijk "Bloemenlust". Al ruim voor 1922 ontstonden er binnen het bestuur van Flora meningsverschillen over de te varen koers. Dit leidde tot afscheiding van een aantal kwekers die hun handelswaar gingen veilen in Café Centraal aan de Vliet. Adriaan den Heyer, voormalig bestuurslid van Flora, werd de nieuwe voorzitter en de nieuwe vereniging werd Bloemenlust gedoopt. De veiling werd in het begin gewoon in de cafezaal gehouden en niet lang daarna in de achterzaal met de naam Vliethof. Met veilingmeester Gijs Vos en schrijver bij de klok Kees Hogewoning groeide de vereniging en in 1922 bouwde men een eigen onderkomen aan de Oegstgeesterweg. Dit op de plaats recht tegenover de huidige Remiseflat. Veiling Flora was inmiddels al verhuisd naar het nieuwe complex aan de Splitsing.
Op 21 April 2012 in Uitgelicht en Mei 1940
In de jaren voor de oorlog was er al een voelbare spanning in Nederland. Er werden levensmiddelen gehamsterd en op initiatief van de Nederlandse regering werd er in 1939 een Centraal Distributie kantoor opgericht. Suiker was het eerste product dat op 11 oktober 1939 op de bon ging.
De Rijnsburgse burgerwacht oefende wekelijks in en om het dorp. Keurig in het gelid met hun geweren over de schouders marcheerde men door het dorp. Onder hen waren o.a. Gijs Vos, Cas Kort, Jan van Rootselaar, Jaap Zwaan en Kees Haasnoot. Ze hadden hun depot in het gebouw van de gemeentewerken naast de Wilhelminaschool in de Kerkstraat. In de winter kregen ze schietlessen in de oudste zaal van de veiling Flora en schoten met kogels gemaakt van leisteen. In de zomer hield men schietoefeningen onder de leiding van een officier van 4-RI uit Leiden. Deze oefeningen vonden plaats op de schietbanen van het Nederlandse leger aan de Cantineweg in Katwijk. Bij deze gelegenheid werd er wel met scherpe munitie geschoten. Tevens werd de luchtbescherming georganiseerd en er werden de eerste verduisteringsoefeningen gehouden.
Na de afkondiging van de algehele mobilisatie in augustus 1939 werd ook Rijnsburg de standplaats voor een aantal legeronderdelen. Alle dienstplichtigen van de lichtingen 1924 tot en met 1939 werden opgeroepen en moesten zich per direct bij hun eenheid melden. In Leiden was 4-RI gelegerd dus de meeste Rijnsburgers konden gelukkig in de buurt van hun woonplaats en familie blijven. Ondanks alle economische malaise leefde de bloemenhandel weer op en er was zelfs voorzichtig sprake van export.
Uit alle lagen van de Rijnsburgse bevolking gaven de mannen gehoor aan de oproep. Wethouder van der Vijver werd als reserve-kapitein bij de Intendance in Den Haag opgeroepen. Kwekerszoon Dirk van Delft vertrok als soldaat naar II-4RI naar Noordwijk en Rob van Vreedendaal liet zijn pas overgenomen bakkerij en zijn vrouw en twee kinderen achter om als chauffeur transportdiensten te verrichten. Simon Leenheer uit de Smidstraat werd ingedeeld bij 4RI en kwam bij de verdedigers van het vliegveld terecht. Anderen vertrokken verder het land in richting de afsluitdijk of de Grebbelinie. In het geval van verlof was was men verplicht om ook in uniform te lopen. Zo kon het dus gebeuren dat tijdens een verenigingsavondje men een geuniformeerde dorpsgenoot tegenkwam. Niet iedereen werd opgeroepen, Arie Heemskerk uit de Spinozalaan had vrijstelling van dienstplicht wegens broederdienst. Als er twee oudere broers al onder de wapenen waren kwam men hiervoor in aanmerking. Anderen waren van voor de lichting van 1924 en werden ook vrijgesteld van mobilisatie.
Als eerste arriveerden de officieren in het dorp. Daarna gevolgd door ruim 800 dienstplichtige soldaten. Al gauw waren militairen een vertrouwd gezicht geworden in het Rijnsburgse straatbeeld en maakten ze onderdeel uit van het dagelijks leven. De schoolbanken in de Julianaschool in de Hofstraat en de Emmaschool in de Smidsteeg moesten plaatsmaken voor houten britsen met strozakken als matras om respectievelijk het 1e Depotbataljon te huisvesten. Ook het houten gebouwtje waarin de christelijke kleuterschool aan de Brouwerstraat was gevestigd moest er aan geloven. De kleuters moesten onverbiddelijk plaatsmaken voor de Nederlandse soldaten. De Staf afdeeling van het 1e Depot bataljon was onder andere gevestigd in de kantoren van de veiling Flora. Samen met het kantoor van de fabriek C.D. van der Vijver de enige twee panden in Rijnsburg die in deze periode reeds waren voorzien van centrale verwarming. De komst van de soldaten zorgde bij sommigen voor gemengde gevoelens. Voor de scholing van de Rijnsburgse kinderen moest op stel en sprong andere maatregelen getroffen worden en een aantal gingen helemaal niet meer naar school.
Voor de Openbare School in de Kerkstraat werd naast het huis van burgemeester Höweler een houten barak geplaatst die dienst moest doen als wachtlokaal voor de kantonnementswacht. Een kantonnement werd door een kantonnementscommandant geleid, en dit was in de regel de commandant van de grootst aanwezige opleidingsgroep. De Kantonnementen waren allemaal in het westen van het land ingericht en de commandant rapporteerde in oorlogstijd direct aan de Commandant van de Vesting Holland. Rijnsburg werd in 1939 vereerd met een bezoek van ZKH prins Bernhard die een kijkje kwam nemen naar het onderkomen van de troepen in de Emmaschool en Julianaschool.
Daarnaast was er in het dorp sprake van een 2e batterij en een batterij treinpersoneel. Dit was een reeks wagens met allerlei benodigdheden van levensmiddelen tot reserveonderdelen en van uniformen tot munitie. Vaak bestonden deze uit eenvoudige paard en wagen. Tenslotte was er nog een 3e batterij deze was gehuisvest in de Emmaschool, de school van meester Pieper in de toenmalige Smidsteeg. De officieren vonden grotendeels onderdak in huizen in de Hofstraat en de Oegstgeesterweg. In de loop van 1939 werd aan het 1e Dep Bat. een instructiebatterij van IV Dep.BA toegevoegd. Verminderd met een detachement dat in Katwijk aan Zee lag. Dit onderdeel bereden artillerie was uitgerust met een aantal stuks 7 veldgeschut getrokken door paarden. De paarden werden ondergebracht in de grote hallen van de veiling Bloemenlust aan de Oegstgeesterweg die voor deze doeleinden gevorderd waren door het Nederlandse leger. De militairen vermaakten zich opperbest en dat gaf de Rijnsburgers weer moed.
Depotbataljons waren de eenheden waar militairen hun basistraining ontvingen alvorens bij parate eenheden te worden ingedeeld. De jonge en over het algemeen onervaren soldaten in de Depotbataljons waren ingedeeld in meerdere compagnieën, meestal meer dan de gangbare drie bij een paraat onderdeel. Binnen de depotcompagnie werden militairen van dezelfde opkomst geoefend door een instructiekadergroep. In de regel werd zowel (reserve) kader als reguliere soldaat geoefend bij het depot van het betreffende dienstvak. Voor beroepskader gold altijd, en voor reservekader vaak, dat een kaderopleiding elders werd genoten. Reserve onderofficieren werden meestal alleen op het depot van hun dienstvak opgeleid.
Een Nederlandse officier die in augustus 1939 naar Rijnsburg werd gestuurd was H.L. Breen. Geboren in 1914 was hij ingedeeld bij stamregiment 1 RA. Op 1 januari 1939 was hij bevorderd tot 1e luitenant en vanaf 25 augustus 1939 is hij voor een drietal weken in Rijnsburg werkzaam geweest bij de 1ste batterij van de 1ste depotafdeling, waarna hij vertrok naar de 3de batterij van datzelfde onderdeel. Na een aanbevelingsbrief van een commandant van 3-1-4 Depot Bereden Artillerie Th.M. de Marie kreeg hij later in Rijnsburg het commando over de 4de batterij. Bij het uitbreken van de oorlog had hij een staffunctie in Zuidoost Brabant. In juni 1943 werd hij gearresteerd vanwege het feit dat het gezin Breen een ondergedoken student in huis had, en hij fraude had gepleegd op het gemeente secretarie met stempels voor persoonsbewijzen. Na eerst een jaar als politiek gevangene in kamp Vught te hebben gezeten, werd hij daarna eind mei 1944 op transport gesteld naar het concentratiekamp Dachau in zuid Duitsland. De leefomstandigheden in Vught waren totaal anders dan in Dachau. De krijgsgevangenen hadden het aanzienlijk veel beter dan de politieke gevangenen. Dit was aanleiding voor zijn vrouw en haar vader in het najaar van 1944 om hem, vanwege het feit dat hij als Nederlands officier gediend had, alsnog in krijgsgevangenschap te krijgen. Dit is helaas niet gelukt. In 1929 waren er voor krijgsgevangenen verdragen afgesloten, ook Duitsland was ondergetekende van die verdragen, en men hield hier zich redelijk hieraan. Bijvoorbeeld de rode Kruispakketten aan politieke gevangenen kwamen zelden aan, en ze werden werden voor slavenarbeid gebruikt. Na de oorlog is Dhr. Breen in 1952 benoemd tot burgemeester van de gemeentes Zegveld en Kamerik. En van 1966 tot 1976 was hij burgemeester van Rijnsaterwoude, Leimuiden en Nieuwveen gelegen in het Groene Hart.
Na het afscheid van burgemeester Bosschieter werd op 16 september 1939 burgemeester Höweler geïnstalleerd in Rijnsburg. Hij werd door de militairen van IV Dep.BA onder leiding van Kapitein C. Tonnet in de met vier paarden bespannen regimentswagen onder grote belangstelling binnengehaald. Wachtmeester Geurts zat als een volleerd menner op de bok. Om de gelegenheid vast te leggen werd er door de voltallige gemeenteraad en alle ambtenaren samen met Kapitein Tonnet en de nieuwe burgervader voor het Raadhuis voor de foto geposeerd. Tonnet was een beroemd ruiter die aan de Olympische spelen van 1928 Nederland had vertegenwoordigd. Op 10 en 12 Mei verwierf Kapitein C. Tonnet een Bronzen Kruis voor de beschieting met een 7 veld en voor zijn persoonlijke leiding bij aanval op de dakpannenfabriek op 12 mei. Een stuk 7 veld geschut van IV Dep.Ber. Art. wordt in de oorlogsdagen verplaatst naar de duinen tussen Wassenaar en Den Haag om daar een sectie 8 staal van het IV Depot Ber. Art. af te lossen.
Voor de streng gelovige Rijnsburgers vormde het Nationaal Socialisme een bedreiging voor kerk en maatschappij. In de vergadering van de hervormde kerkvoogden onder leiding van Ds. Niftrik werd er op 4 januari 1940 besloten om 50 extra kerkboekjes aan te schaffen met het oog op het kerkbezoek van de in Rijnsburg gelegerde militairen. Er kon door Ned. Hervormde soldaten worden gekerkt in de in 1928 gerealiseerde Zaal voor Christelijk Belangen aan de Brouwerstraat en de in 1922 verder uitgebreidde Grote of Laurentiuskerk in de Kerkstraat. De Gereformeerden konden terecht in de Petrakerk aan de Korte Voorhouterweg of in de Rapenburgkerk aan de Vliet waar op 13 augustus 1939 vanuit de gemeente Kampen Ds. Henk Post beroepen was.
Voor nieuws van thuis waren de soldaten afhankelijk van veldpost. Het hoofdexpeditiekantoor van de veldpost was gevestigd in Den Haag. Eerst in het postkantoor van de P.T.T. aan het Prins Hendrikplein, maar sinds 1 september 1939 in het nieuwe postkantoor aan de Johan Camphuisstraat. In Leiden en Utrecht waren nog twee expeditiekantoren. Daarnaast waren er nog 13 veldpostkantoren. De gezamenlijke sterkte was 400 man personeel. Vanuit de veldpostkantoren werd de post verdeeld door de de facteurs (militaire postbodes) van de legeronderdelen. De post voor Rijnsburg ging via expeditiekantoor B in Leiden.
Een extreem koude winter luidde het einde van 1939 en het begin van het jaar 1940 in. In het kader van de luchtverdediging werden op 6 februari 1940 terreinen in Katwijk , Wassenaar en Rijnsburg aangewezen door de Lt Generaal van de luchtverdediging. In oktober 1939 stond er al een batterij luchtdoel artillerie opgesteld in een weiland tussen Oegstgeest en Rijnburg . In de loop van 1940 kwam de dreiging van een Duitse aanval steeds dichterbij en naar aanleiding van de "Verhoogde graad van strijdvaardigheid", werden op 8 mei 1940 in de loop van de avond de instructie Batterij 7-veld-III Depot vanuit de Seeligkazerne in Breda achter de waterlinie naar Rijnsburg in de Vesting Holland verplaatst. Deze kwam op 8 mei om 23:30 aan op het station in Leiden. In verband met ruimtegebrek in Rijnsburg werden 3 korporaalsklassen van ongeveer 50 korporaals en manschappen en de twee klasse-instructeurs, de beroeps wachtmeesters Meyer en Meeuwsen, en circa 100 paarden geplaatst te Katwijk aan Zee bij I Depot B.A. onder commando van de kapitein Mr. J.C. van Heuven. Orders voor de artilleristen werden aangenomen vanuit de commandopost in Rijnsburg. Dit gebeurde per fiets in verband bij het ontbreken van een telefoonverbinding.
Op 9 mei 1940 werden ‘s morgens de paarden, tuigen en kamers van III Depot verzorgd, waarna er in de middag met een aantal paarden en manschappen terug werd gegaan naar het station in Leiden om een aantal vuurmonden van het type 7 veld en 8-staal op te halen en deze naar Rijnsburg te brengen. Om ongeveer 17.30 uur werden de orders voor de volgende dag gehaald bij kapt. Tonnet te Rijnsburg. Tijdens de gehele mobilisatieperiode werden er landelijk meer dan 60 goederentreinen ingezet om de in totaal 14000 gevorderde paarden door heel Nederland te vervoeren. In de ochtend van de 10e Mei werden wachtmeester (capitulant) Meeuwsen en korporaal Lioni ieder 10 patronen gegeven en opgedragen zich per fiets wederom naar Rijnsburg te begeven om aldaar instructies te ontvangen. Na de capitulatie kon men melden dat 'de Instructie batterij 7 veld zich in goeden welstand te Rijnsburg bevond'. Bij Koninklijk besluit van 1 augustus 1950 nr 16 werd Kapitein Tonnet postuum benoemd tot ridder der vierde klasse van de Militaire Willemsorde. De Lt.Kol. Tonnet kazerne in het Harde is later naar hem vernoemd. Met uitzondering van soldaat Dirk van Delft zijn er in de meidagen van 1940 verder geen dienstplichtige Rijnsburgers gesneuveld. Zij keerden allen veilig terug naar Rijnsburg.
Op 28 March 2012 in Uitgelicht en Mei 1940

Witold Saryusz Makowski (Tolo) werd in 1912 geboren te St. Petersburg als zoon van een Pools professor. Tolo's vader was tussen 1920 en 1943 als hoogleraar verbonden was aan het Geologisch Instituut (PIG) van de Vrije Universiteit te Warschau en een goede vriend van Jozef Pilsudski. Beide waren fanatieke leden van de Poolse Socialistische Partij en hebben samen nog in gevangenschap gezeten in 1899 en 1901. Pilsudski beklemtoonde de eis van een wederoprichting van een soevereine Poolse staat en wilde hiervoor in het revolutiejaar 1905 met militaire middelen strijden. Zij vochten voor de vrijheid van Polen.
Witold was reserve Cavalerie officier bij het 22e Ulanen Regiment te Brody van 1932 tot 1939. Tegelijkertijd deed hij van 1934 tot 1938 een studie economie te Warschau. Toen hij daar mee klaar was kwam hij in '38 bij het Poolse Ministerie van Buitenlandse Zaken en begon zijn diplomatieke carrière. Allereerst te Leipzig, waarna hij in de zomer van 1939 naar Nederland vertrok, om in Amsterdam Vice-Consul te worden.
Op 22 January 2012 in Uitgelicht en Verzet
Met zijn elfhonderd inwoners is Valkenburg voor de oorlog een klein dorp dat bestaat uit naar schatting 250 huizen en boerderijen omringd door polders en landbouwgrond. Met als statig middelpunt de NH kerk aan het Castellumplein. De kerk is gebouwd in 1844 op de resten van de oude fundering uit 1600. Het kerkje wordt gebouwd voor het toenmalige bedrag van 6500 gulden en bestaat in de eerste instantie uit een stenen gebouw en een houten kerktoren. Tijdens stormachtig weer en bij het stevig luiden van de klok gaat het hele gevaarte heen en weer. Hier wordt door de Katwijkers en de Rijnsburgers regelmatig de spot mee gedreven met de uitspraak: " Juh! kijk uit dat je kerktoren niet wegwaait". Er was op het moment van de bouw van de kerk nog geen geld voor de bouw van een stenen toren, deze is uiteindelijk in 1929 wel gerealiseerd. In tegenstelling tot de meeste andere kerktorens in Nederland was de Valkenburgse toren gemeente eigendom en viel niet onder staatsbezit.
Op 15 mei 1940 liggen de straten van Valkenburg bezaaid met met puin en granaatschreven. Mensen lopen met een doek over de mond door het dorp. De doordringende geur van brand en de ontbindende lichamen van mens en dier is bijna niet te harden. Het dorp is vijf dagen lang het toneel geweest van een verbeten strijd tussen Nederlandse en Duitse troepen om het valkbij gelegen vliegveld Valkenburg. Nederlands geschut heeft met beschietingen vanuit Katwijk, Noordwijk en Oegstgeest het dorp veranderd in een rokende puinhoop. Een groepje Duitse officieren begeeft zich door het dorp en neemt de schade in ogenschouw.
Op 29 December 2011 in Overig, Uitgelicht en Mei 1940

Toen de oorlog op haar eind begon te lopen, heerste er grote hongersnood in Nederland. Op 25 april '45 stuurde generaal Eisenhower een telegram naar de Reichskommissar dat hij boven het westen van Nederland voedseldroppings wilde doen. Vliegtuigen zouden zakken met voedsel afwerpen. Hierbij werd afgesproken dat er niet op de vliegtuigen geschoten mocht worden en dat ook de vliegtuigen geen bommen af zouden werpen of stellingen onder vuur zouden nemen. Op 26 april kregen de geallieerden bericht terug. De Rijkscommissaris ging akkoord met de voedseldroppings. De Duitsers werden na deze positieve reactie geïnformeerd over de plaatsen waar het voedsel afgeworpen zou worden. Flugplatz Katwijk was één van deze plekken.
Op 20 November 2011 in Bevrijding, Vliegveld en Uitgelicht
Ook gedurende de oorlog is het Prins Hendrik Kanaal altijd een drukke plaats geweest. Hier werden de binnenvaartschepen gelost en geladen en werkten mensen in de gasfabriek. Vele beroepen werden uitgeoefend op deze centrale plaats. Ook het smalspoor van de bezetter liep naar het kanaal toe. Van hieruit werd puin afgevoerd met schepen en materialen aangevoerd voor de bunkerbouw. Dat de bezetter in die jaren aanwezig was, maakte het er niet rustiger op.
Twee maal kwam deze onrust aan het Prins Hendrik Kanaal tot een hoogtepunt. Op 20 februari 1941 en op 27 september 1944 werd het kanaal gebombardeerd en beschoten.
Op 20 November 2011 in Uitgelicht en Visserij


De gebouwen van de veiling Flora zijn van oudsher een centraal punt in Rijnsburg. Niet alleen de plaats waar "de bloemen ter veiling worden aangebooden" maar het gold ook als het economisch hart van het dorp. De veiling werd opgericht in 1914 op initiatief van zeventien Rijnsburgse kwekers in Café Coster, waar in het prille begin de bloemen op het biljart geveild werden. In 1917 werd begonnen met de bouw van een echt veilinggebouw aan de Splitsing in Rijnsburg, dichtbij de tramhalte, want de kopers van buitenaf kwamen veelal met de tram. In 1922 besloot een aantal kwekers die zich niet meer konden vinden in de organisatie van Flora om zich af te scheiden en een eigen veilingvereniging op te richten. De naam werd Bloemenlust en aan de Oegstgeesterweg waar later garage Dijksman zich vestigde werd een eigen onderkomen gebouwd.
Op 19 November 2011 in Uitgelicht
(Interview C.F. de Graaf, d.d. 17 jan.09)
Dit is het verhaal van Dhr. C.F. de Graaf uit Voorburg en zijn herinneringen aan de mobilisatie en de oorlogsdagen die hij in Katwijk en Valkenburg doorbracht.
Toen ik 18-19 jaar oud was kwam er op het gemeentehuis in Voorburg een Sergeant Majoor. Je had toen de mogelijkheid om je op te geven voor een zogenaamde vooroefening in je vrije tijd, voordat je echt in dienst ging. Een jaar lang heb ik toen voorgeoefend, iedere woensdagavond en zaterdagmiddag naar Waalsdorp op de fiets. In Kamp Waalsdorp lag een regiment Jagers en Grenadiers in houten barakken. We schoten met scherp op de schietbaan en kregen theorie wapenleer. Ondanks dat men slechts aan het vooroefenen was, was men volledig militair en onderhevig aan de krijgswet. Mijn wapen was een karabijn.
Op 19 November 2011 in Uitgelicht en Mei 1940
(Interview familie van Duijn, d.d. 18 juni 09)
Ik was 15 jaar toen de oorlog uitbrak. Ik ging hier op de MULO, het laatste jaar. Dus ik heb nog eindexamen gedaan toen het al oorlog was. Mijn vader, Cornelis Kruijt, voer bij de koopvaardij en was eerste stuurman bij de Maatschappij Nederland vanuit Amsterdam. We woonden op de Boulevard nummer 30 naast het huis van mijn grootvader. Die had een groothandel in bouwmaterialen en was ook eigenaar van ons huis. In de winter van 1939 was mijn vader langer dan anders thuis geweest. Meestal kwam hij kwam hij een paar weken thuis en moest daarna weer voor een maand of zes weg. Ze voeren vooral op Indonesië. Dat heette toen nog Nederlands-Indië. Het was allemaal nogal afgepast want als hij thuis was had hij ook nog dienst om te zorgen dat het laden en lossen goed ging. Hij had dan dus nog geen vrij en moest vaak alsnog naar Amsterdam. Maar die winter herinner ik me nog heel goed. Wij hadden thuis vier kinderen en leefden dus doorgaans met mijn moeder, maar als mijn vader thuis was, was dat altijd groot feest! Als familie van iemand die voer op de koopvaardij mocht je nooit aan boord van het schip komen. Maar mijn moeder had een zuster in IJmuiden wonen en als ze wist dat zijn schip binnen zou lopen ging ze stiekem kijken in de haven.
Op 19 November 2011 in Uitgelicht en Verzet
(Interview familie van Duijn, d.d. 18 juni 09)
Ik ben geboren in 1924 op Batavia. Mijn vader was gezagvoerder bij de Koninklijke Zeevaart Maatschappij, die voer in Indië alle eilanden af. Ik ben dus geboren in Batavia, een broer van mij in Singapore en een andere broer in Soerabaya. Het was net als bij de militairen: waar de vader zat, ging het gezin er achteraan. Mijn vader overleed in 1928 toen ik vier jaar was. En mijn moeder kwam met ons terug naar Nederland. Mijn oudste broer was op dat moment al in Nederland voor een studie. Het was vroeger een Indische gewoonte dat als je wilde studeren men terugging naar Nederland. Na zijn afstuderen zijn wij weer teruggegaan want hij was planter op een koffie onderneming. Dat heeft maar twee jaar geduurd want hij werd afgekeurd en toen zijn wij weer teruggekomen naar Holland. Dat heeft zo'n beetje geduurd tot 1939.
Op 19 November 2011 in Uitgelicht


Dirk van Delft, een doodgewone kwekerszoon uit Rijnsburg, pas getrouwd en ongetwijfeld nog boordevol plannen, is het eerste Rijnsburgse oorlogsslachtoffer dat na de 10e mei te betreuren valt. Bijna 28 jaar oud en ingedeeld bij II 4-RI trekt Dirk met zijn eenheid op 10 Mei 1940 vanuit Noordwijk, over wat nu de provinciale weg is, maar vroeger niet meer dan een zandpad, naar Katwijk-Binnen om stelling te nemen achter de Rusthoek. Daar wordt hij dodelijk getroffen door een verdwaalde kogel vanuit de richting van de Zanderij. Van het gezin Van Delft is anno 2009 alleen broer Henk nog in leven. Hij is de jongste van het stel en was toentertijd 16 jaar oud. Echter de gebeurtenissen op deze fatale dag in mei kan hij zich nog als de dag van gisteren herinneren. Wat nu volgt is een ooggetuigenverslag van broer Henk wat diepe indruk maakt en het verhaal verteld van soldaat Dirk van Delft.
Op 19 November 2011 in Uitgelicht, Slachtoffers en Mei 1940

Als de Duitse troepen op 10 mei 1940 in alle vroegte ons land binnenvallen is de Katwijker Klaas Ros samen met tientallen dorpsgenoten gelegerd in de kazerne aan de Hoefkade in Den Haag. Op dat moment slechts zes weken onder de wapenen was hij in maart 1940, met oproepnummer 158, bij zijn eerste oefening opgekomen. Klaas werd als dienstplichtig soldaat ingedeeld bij 5-4 depotbataljon. Om klokslag 06:15, op 10 mei 1940, verlaten ze in allerijl de kazerne aan de Hoefkade om de gelande Duitse troepen bij vliegveld Ypenburg het hoofd te bieden. Voor de avond valt zijn er al vele doden te te betreuren, Klaas is een van hen, samen met plaatsgenoot Maarten van Duijn, die eveneens de dood vindt bij een poging om het vliegveld te heroveren. Wat er precies die dag in mei met Klaas gebeurd is zou zijn familie bij toeval jaren later pas te horen krijgen. Op Ypenburg werd hij samen met zijn gesneuvelde makkers met militaire eer begraven, maar later dat jaar thuisgehaald om in stilte zijn laatste rustplaats te vinden in Katwijk.
Mevrouw de Lange was toen weliswaar pas 9 jaar oud, maar Klaas staat voor eeuwig in haar geheugen gegrift. Zij was zijn kleine nichtje en hij was haar grote neef. Zijn verhaal is nooit verteld...
Op 19 November 2011 in Uitgelicht, Slachtoffers en Mei 1940

Het is mei 1940. Negen maanden geleden, op 29 augustus 1939, zijn alle dienstplichtige mannen tussen de negentien en vijfendertig jaar gemobiliseerd. In heel Nederland wachten deze Hollandse soldaten de komst van de vijand af, die hopelijk weg blijft, net zoals dat in de eerste wereldoorlog het geval was. Huig van der Plas, was veertien maanden geleden al opgekomen voor zijn dienstplicht, eigenlijk zit zijn diensttijd er dus al op, maar met de huidige oorlogsdreiging moet hij uiteraard gewoon in dienst blijven. Huig is met zijn onderdeel gelegerd in de haven van Moerdijk, zeventien kilometer onder Dordrecht. Zij zijn gespecialiseerd in het overbruggen van water door middel van pontonbruggen of vaartuigen. Als de Moerdijk bruggen worden opgeblazen, om een eventuele vijandelijke opmars te vertragen, is het hun taak om een alternatieve verbinding tussen de beide oevers te onderhouden.
Op 19 November 2011 in Uitgelicht en Mei 1940
(Interview Dhr. G. van Duijn, d.d. 30 juni '09).
Ik ben van 1920, dus nu 89 jaar oud. We woonden in de rooie buurt en ik zat op school in de Jan Tooropstraat. Na schooltijd speelden we altijd op straat. We waren thuis met z'n dertienen, zeven broers en drie zusters. Ik zat ergens tussenin. Om alle kinderen te kunnen huisvesten werd ons eerste ouderlijk huis verruild voor een groter huis in de Romeinenstraat. Het had een grotere zolder, maar daar konden ze ons ook niet eens kwijt. Mijn vader had samen met z'n broers een kotter. Die lag in IJmuiden. 's Zomers voeren ze er zelf op en in de winter verhuurden ze het schip aan anderen. Dan konden ze in de winter thuisblijven. In het kader van de mobilisatie ben ik samen met twee andere broers opgeroepen voor militaire dienst. We hoefden niet allemaal, want in ons geval was er sprake van broederdienst. We waren met zeven broers, dat betekende dat de ene broer wel moest en de andere niet, dus we zaten uiteindelijk met z'n drieën in dienst. Ik kreeg een brief dat ik moest opkomen en na drie maanden als dienstplichtig soldaat brak de oorlog uit. Ik was net als vele andere Katwijkers gelegerd in de kazerne aan de Hoefkade in Den Haag. Schoolkameraden als Klaas Ros, Maarten van Duijn en Kees Blonk zaten daar ook. Er waren weliswaar meerdere kazernes in Den Haag, maar wij belandden aan de Hoefkade. Dat was onderdeel van het 4e. Het was niet ongezellig allemaal. Je was nog in opleiding en overdag deden we niets anders dan marcheren. Het was veel lopen! De opleiding was allemaal wel vrij streng. Als je te laat was werd je zonder pardon gestraft. Ik heb voor de rest wel een goeie tijd gehad. Ik ben op een gegeven moment koksmaatje geworden en toen zat ik helemaal gebakken. De burgers uit de Schildersbuurt kwamen dan bij ons eten, het was net een soort gaarkeuken. Maar dan een goede.
Op 19 November 2011 in Uitgelicht

Eberhard Edzard van der Laan is zoals hij zichzelf noemt een werkbeest, "dat heb ik van mijn vader! " zegt hij. Afkomstig uit een streng gereformeerd Rijnsburgs nest schopte hij het naar eigen zeggen van waardeloze scholier tot minister van VROM. In dit openhartig interview spreekt hij over zijn jeugd in Rijnsburg, het oorlogsverleden van zijn ouders en hoe zijn opvoeding hem in later leven als advocaat en politicus heeft gevormd. Als fervent historicus heeft de oorlog hem altijd al mateloos gefascineerd. Zijn ouders zijn als doktersechtpaar nauw betrokken geweest bij de illegaliteit. Samen met Dominee Henk Post vormde vader Edzard Ebel van der Laan de spil van het georganiseerde verzet in Rijnsburg. Over deze periode schreef zijn moeder in 1983 het boek "In antwoord op je vragen". Met dit als uitgangspunt schetst Katwijk in Oorlog een portret van een man waar de oorlog als een rode draad door diens leven loopt. Over zijn jeugd in Rijnsburg, opgroeiend tussen de mensen van het voormalig verzet tot het in later leven juridisch bijstaan van diegenen die jaren na dato nog steeds worstelen met de nasleep van de oorlog.
Op 07 October 2011 in Uitgelicht

De jonge officier Karl Dittmann spoed zich door de nauwe straatjes van Rijnsburg naar het grote doktershuis aan het Rapenburg. Zijn commandant heeft hem zojuist opgedragen om inkwartiering voor hem te regelen. Daar aangekomen belt hij aan en doet op bescheiden toon het verzoek aan mevrouw van der Laan die hem bits mededeelt dat zij zijn vraag slechts als een formaliteit beschouwd. Dit gezien de Duitse bezetter zich het recht voorbehoud om woningen naar eigen inziens te mogen vorderen voor onderdak van manschappen. Geschrokken van haar reactie salueert hij en zegt buigend dat hij haar antwoord aan zijn commandant zal overbrengen.
Op 02 October 2011 in Uitgelicht

Het Portugese gezin Belinfante bestond uit 5 personen. Allereerst Adriaan Hendrik Belinfante, vader binnen het gezin en Ingenieur bij de NV Sociëteit voor Chemische Industrie Katwijk. Hij werd op 31 januari 1900 geboren te Amsterdam. Dan was er zijn vrouw Rachel Margaretha Belinfante-Abas, op 2 juni 1903 geboren in Amsterdam. Zij was werkzaam als piano lerares.
Samen kregen zij drie kinderen, allemaal in oorlogstijd geboren toen zij in Katwijk woonachtig waren. Louis Abraham Belinfante werd op 31 augustus 1940 geboren. Zijn broertje Michiel Adriaan Belinfante werd op 15 februari 1942 geboren, tijdens de barre winter van dat jaar. Zusje Eleonora Johanna Margaretha Belinfante werd pas laat in de oorlog geboren, namelijk op 15 januari 1944.
Op 23 August 2011 in Uitgelicht, Jodenvervolging en Slachtoffers
Katwijk in Oorlog wordt met zorg en passie samengesteld door Danny Hoek en Erik Wolthaus.
Heeft u informatie, verhalen, foto's, documenten, aanvullingen of correcties? Neem dan contact met ons op!
Klik hier voor een lijst van personen die hebben bijgedragen aan dit project.
© 2012 Katwijk in Oorlog - Alle rechten voorbehouden. Niets van deze website mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Katwijk in Oorlog of de rechthebbende van het beeldmateriaal.