Paarden in de Pothof

Hoofdingang van veiling Bloemenlust aan de Oegstgeesterweg. <em>(Foto: Genootschap Oud Rijnsburg.)</em>

Wat vooraf ging

Wat eigenlijk niet veel mensen vandaag de dag nog weten is dat Rijnsburg naast de veiling Flora ook nog een andere bloemenveiling rijk is geweest, namelijk "Bloemenlust".  Al ruim voor 1922 ontstonden er binnen het bestuur van Flora meningsverschillen over de te varen koers. Dit leidde tot afscheiding van een aantal kwekers die hun handelswaar gingen veilen in Café Centraal aan de Vliet. Adriaan den Heyer, voormalig bestuurslid van Flora, werd de nieuwe voorzitter en de nieuwe vereniging werd Bloemenlust gedoopt. De veiling werd in het begin gewoon in de cafezaal gehouden en niet lang daarna in de achterzaal met de naam Vliethof. Met veilingmeester Gijs Vos en schrijver bij de klok Kees Hogewoning groeide de vereniging en in 1922 bouwde men een eigen onderkomen aan de Oegstgeesterweg. Dit op de plaats recht tegenover de huidige Remiseflat. Veiling Flora was inmiddels al verhuisd naar het nieuwe complex aan de Splitsing.

Lees meer...

Advertentie

Mobilisatie te Rijnsburg

De Rijnsburgse kantonnementswacht aangetreden voor de Openbare School in de Kerkstraat. <em>(Foto: P. Breen)</em>

In de jaren voor de oorlog was er al een voelbare spanning in Nederland. Er werden levensmiddelen gehamsterd en op initiatief van de Nederlandse regering werd er in 1939 een Centraal Distributie kantoor opgericht. Suiker was het eerste product dat op 11 oktober 1939 op de bon ging.

De burgerwacht staat paraat.

De Rijnsburgse burgerwacht oefende wekelijks in en om het dorp. Keurig in het gelid met hun geweren over de schouders marcheerde men door het dorp. Onder hen waren o.a. Gijs Vos, Cas Kort, Jan van Rootselaar, Jaap Zwaan en Kees Haasnoot. Ze hadden hun depot in het gebouw van de gemeentewerken naast de Wilhelminaschool in de Kerkstraat. In de winter kregen ze schietlessen in de oudste zaal van de veiling Flora en schoten met kogels gemaakt van leisteen. In de zomer hield men schietoefeningen onder de leiding van een officier van 4-RI uit Leiden. Deze oefeningen vonden plaats op de schietbanen van het Nederlandse leger aan de Cantineweg in Katwijk. Bij deze gelegenheid werd er wel met scherpe munitie geschoten. Tevens werd de luchtbescherming georganiseerd en er werden de eerste verduisteringsoefeningen gehouden.

Na de afkondiging van de algehele mobilisatie in augustus 1939 werd ook Rijnsburg de standplaats voor een aantal legeronderdelen. Alle dienstplichtigen van de lichtingen 1924 tot en met 1939 werden opgeroepen en moesten zich per direct bij hun eenheid melden. In Leiden was 4-RI gelegerd dus de meeste Rijnsburgers konden gelukkig in de buurt van hun woonplaats en familie blijven. Ondanks alle economische malaise leefde de bloemenhandel weer op en er was zelfs voorzichtig sprake van export.

Simon Leenheer (boven) gemobiliseerd bij 4RI. <em>(Foto: Katwijk in Oorlog.)</em>

Uit alle lagen van de Rijnsburgse bevolking gaven de mannen gehoor aan de oproep. Wethouder van der Vijver werd als reserve-kapitein bij de Intendance in Den Haag opgeroepen. Kwekerszoon Dirk van Delft vertrok als soldaat naar II-4RI naar Noordwijk en Rob van Vreedendaal liet zijn pas overgenomen bakkerij en zijn vrouw en twee kinderen achter om als chauffeur transportdiensten te verrichten. Simon Leenheer uit de Smidstraat werd ingedeeld bij 4RI en kwam bij de verdedigers van het vliegveld terecht. Anderen vertrokken verder het land in richting de afsluitdijk of de Grebbelinie. In het geval van verlof was was men verplicht om ook in uniform te lopen. Zo kon het dus gebeuren dat tijdens een verenigingsavondje men een geuniformeerde dorpsgenoot tegenkwam. Niet iedereen werd opgeroepen, Arie Heemskerk uit de Spinozalaan had vrijstelling van dienstplicht wegens broederdienst. Als er twee oudere broers al onder de wapenen waren kwam men hiervoor in aanmerking. Anderen waren van voor de lichting van 1924 en werden ook vrijgesteld van mobilisatie.

Met wegbewijzering werd aangegeven waar de diverse legeronderdelen te vinden waren in het dorp. <em>(Foto: P. Breen)</em>

De eerste militairen in Rijnsburg.

Als eerste arriveerden de officieren in het dorp. Daarna gevolgd door ruim 800 dienstplichtige soldaten. Al gauw waren militairen een vertrouwd gezicht geworden in het Rijnsburgse straatbeeld en maakten ze onderdeel uit van het dagelijks leven. De schoolbanken in de Julianaschool in de Hofstraat en de Emmaschool in de Smidsteeg moesten plaatsmaken voor houten britsen met strozakken als matras om respectievelijk het 1e Depotbataljon te huisvesten. Ook het houten gebouwtje waarin de christelijke kleuterschool aan de Brouwerstraat was gevestigd moest er aan geloven. De kleuters moesten onverbiddelijk plaatsmaken voor de Nederlandse soldaten.  De Staf afdeeling van het 1e Depot bataljon was onder andere gevestigd in de kantoren van de veiling Flora. Samen met het kantoor van de fabriek C.D. van der Vijver de enige twee panden in Rijnsburg die in deze periode reeds waren voorzien van centrale verwarming. De komst van de soldaten zorgde bij sommigen voor gemengde gevoelens. Voor de scholing van de Rijnsburgse kinderen moest op stel en sprong andere maatregelen getroffen worden en een aantal gingen helemaal niet meer naar school.

Voor de Openbare School in de Kerkstraat werd naast het huis van burgemeester Höweler een houten barak geplaatst die dienst moest doen als wachtlokaal voor de kantonnementswacht. Een kantonnement werd door een kantonnementscommandant geleid, en dit was in de regel de commandant van de grootst aanwezige opleidingsgroep. De Kantonnementen waren allemaal in het westen van het land ingericht en de commandant rapporteerde in oorlogstijd direct aan de Commandant van de Vesting Holland. Rijnsburg werd in 1939 vereerd met een bezoek van ZKH prins Bernhard die een kijkje kwam nemen naar het onderkomen van de troepen in de Emmaschool en Julianaschool.

De Emmaschool aan de Smidsteeg. <em>(Foto: P. Breen)</em>

Daarnaast was er in het dorp sprake van een 2e batterij en een batterij treinpersoneel. Dit was een reeks wagens met allerlei benodigdheden van levensmiddelen tot reserveonderdelen en van uniformen tot munitie. Vaak bestonden deze uit eenvoudige paard en wagen. Tenslotte was er nog een 3e batterij deze was gehuisvest in de Emmaschool, de school van meester Pieper in de toenmalige Smidsteeg. De officieren vonden grotendeels onderdak in huizen in de Hofstraat en de Oegstgeesterweg. In de loop van 1939 werd aan het 1e Dep Bat. een instructiebatterij van IV Dep.BA toegevoegd. Verminderd met een detachement dat in Katwijk aan Zee lag. Dit onderdeel bereden artillerie was uitgerust met een aantal stuks 7 veldgeschut getrokken door paarden. De paarden werden ondergebracht in de grote hallen van de veiling Bloemenlust aan de Oegstgeesterweg die voor deze doeleinden gevorderd waren door het Nederlandse leger. De militairen vermaakten zich opperbest en dat gaf de Rijnsburgers weer moed.

Depotbataljons waren de eenheden waar militairen hun basistraining ontvingen alvorens bij parate eenheden te worden ingedeeld. De jonge en over het algemeen onervaren soldaten in de Depotbataljons waren ingedeeld in meerdere compagnieën, meestal meer dan de gangbare drie bij een paraat onderdeel. Binnen de depotcompagnie werden militairen van dezelfde opkomst geoefend door een instructiekadergroep. In de regel werd zowel (reserve) kader als reguliere soldaat geoefend bij het depot van het betreffende dienstvak. Voor beroepskader gold altijd, en voor reservekader vaak, dat een kaderopleiding elders werd genoten. Reserve onderofficieren werden meestal alleen op het depot van hun dienstvak opgeleid.

H.L. Breen, uiterst links, met zijn klasje rekruten. <em>(Foto: P. Breen)</em>

Luitenant H.L. Breen.

Een Nederlandse officier die in augustus 1939 naar Rijnsburg werd gestuurd was H.L. Breen. Geboren in 1914 was hij ingedeeld bij stamregiment 1 RA. Op 1 januari 1939 was hij bevorderd tot 1e luitenant en vanaf 25 augustus 1939 is hij voor een drietal weken in Rijnsburg werkzaam geweest bij de 1ste batterij van de 1ste depotafdeling, waarna hij vertrok naar de 3de batterij van datzelfde onderdeel. Na een aanbevelingsbrief van een commandant van 3-1-4 Depot Bereden Artillerie Th.M. de Marie kreeg hij later in Rijnsburg het commando over de 4de batterij. Bij het uitbreken van de oorlog had hij een staffunctie in Zuidoost Brabant. In juni 1943 werd hij gearresteerd vanwege het feit dat het gezin Breen een ondergedoken student in huis had, en hij fraude had gepleegd op het gemeente secretarie met stempels voor persoonsbewijzen. Na eerst een jaar als politiek gevangene in kamp Vught te hebben gezeten, werd hij daarna eind mei 1944 op transport gesteld naar het concentratiekamp Dachau in zuid Duitsland. De leefomstandigheden in Vught waren totaal anders dan in Dachau. De krijgsgevangenen hadden het aanzienlijk veel beter dan de politieke gevangenen. Dit was aanleiding voor zijn vrouw en haar vader in het najaar van 1944 om hem, vanwege het feit dat hij als Nederlands officier gediend had, alsnog in krijgsgevangenschap te krijgen. Dit is helaas niet gelukt. In 1929 waren er voor krijgsgevangenen verdragen afgesloten, ook Duitsland was ondergetekende van die verdragen, en men hield hier zich redelijk hieraan. Bijvoorbeeld de rode Kruispakketten aan politieke gevangenen kwamen zelden aan, en ze werden werden voor slavenarbeid gebruikt. Na de oorlog is Dhr. Breen in 1952 benoemd tot burgemeester van de gemeentes Zegveld en Kamerik. En van 1966 tot 1976 was hij burgemeester van Rijnsaterwoude, Leimuiden en Nieuwveen gelegen in het Groene Hart.

De komst van burgemeester Höweler.

Na het afscheid van burgemeester Bosschieter werd op 16 september 1939 burgemeester Höweler geïnstalleerd in Rijnsburg. Hij werd door de militairen van IV Dep.BA onder leiding van Kapitein C. Tonnet in de met vier paarden bespannen regimentswagen onder grote belangstelling binnengehaald. Wachtmeester Geurts zat als een volleerd menner op de bok. Om de gelegenheid vast te leggen werd er door de voltallige gemeenteraad en alle ambtenaren samen met Kapitein Tonnet en de nieuwe burgervader voor het Raadhuis voor de foto geposeerd. Tonnet was een beroemd ruiter die aan de Olympische spelen van 1928 Nederland had vertegenwoordigd. Op 10 en 12 Mei verwierf Kapitein C. Tonnet een Bronzen Kruis voor de beschieting met een 7 veld en voor zijn persoonlijke leiding bij aanval op de dakpannenfabriek op 12 mei. Een stuk 7 veld geschut van IV Dep.Ber. Art. wordt in de oorlogsdagen verplaatst naar de duinen tussen Wassenaar en Den Haag om daar een sectie 8 staal van het IV Depot Ber. Art. af te lossen.

Een bijeenkomst van C.J.V. Ps. 124:8 in de zaal voor Christelijk Belang aan de Brouwerstaat. Als tweede van rest op de tweede rij staand is een gemobiliseerde dorpsgenoot te zien. Men was verplicht in de mobilisatiedagen om prive ook in uniform rond te lopen. <em>(Foto: Genootschap Oud Rijnsburg.)</em>

Kerk en maatschappij.

Voor de streng gelovige Rijnsburgers vormde het Nationaal Socialisme een bedreiging voor kerk en maatschappij. In de vergadering van de hervormde kerkvoogden onder leiding van Ds. Niftrik werd er op 4 januari 1940 besloten om 50 extra kerkboekjes aan te schaffen met het oog op het kerkbezoek van de in Rijnsburg gelegerde militairen. Er kon door Ned. Hervormde soldaten worden gekerkt in de in 1928 gerealiseerde Zaal voor Christelijk Belangen aan de Brouwerstraat en de in 1922 verder uitgebreidde Grote of Laurentiuskerk in de Kerkstraat. De Gereformeerden konden terecht in de Petrakerk aan de Korte Voorhouterweg of in de Rapenburgkerk aan de Vliet waar op 13 augustus 1939 vanuit de gemeente Kampen Ds. Henk Post beroepen was.

Voor nieuws van thuis waren de soldaten afhankelijk van veldpost. Het hoofdexpeditiekantoor van de veldpost was gevestigd in Den Haag. Eerst in het postkantoor van de P.T.T. aan het Prins Hendrikplein, maar sinds 1 september 1939 in het nieuwe postkantoor aan de Johan Camphuisstraat. In Leiden en Utrecht waren nog twee expeditiekantoren. Daarnaast waren er nog 13 veldpostkantoren. De gezamenlijke sterkte was 400 man personeel. Vanuit de veldpostkantoren werd de post verdeeld door de de facteurs (militaire postbodes) van de legeronderdelen. De post voor Rijnsburg ging via expeditiekantoor B in Leiden.

Enkele militairen van de staf houden kantoor in de veiling Flora. <em>(Foto: P. Breen)</em>

Een extreem koude winter luidde het einde van 1939 en het begin van het jaar 1940 in. In het kader van de luchtverdediging werden op 6 februari 1940 terreinen in Katwijk , Wassenaar en Rijnsburg aangewezen door de Lt Generaal van de luchtverdediging. In oktober 1939 stond er al een batterij luchtdoel artillerie opgesteld in een weiland tussen Oegstgeest en Rijnburg . In de loop van 1940 kwam de dreiging van een Duitse aanval steeds dichterbij en naar aanleiding van de "Verhoogde graad van strijdvaardigheid", werden op 8 mei 1940 in de loop van de avond de instructie Batterij 7-veld-III Depot vanuit de Seeligkazerne in Breda achter de waterlinie naar Rijnsburg in de Vesting Holland verplaatst. Deze kwam op 8 mei om 23:30 aan op het station in Leiden. In verband met ruimtegebrek in Rijnsburg werden 3 korporaalsklassen van ongeveer 50 korporaals en manschappen en de twee klasse-instructeurs, de beroeps wachtmeesters Meyer en Meeuwsen, en circa 100 paarden geplaatst te Katwijk aan Zee bij I Depot B.A. onder commando van de kapitein Mr. J.C. van Heuven. Orders voor de artilleristen werden aangenomen vanuit de commandopost in Rijnsburg. Dit gebeurde per fiets in verband bij het ontbreken van een telefoonverbinding.

Mei 1940.

Op 9 mei 1940 werden ‘s morgens de paarden, tuigen en kamers van III Depot verzorgd, waarna er in de middag met een aantal paarden en manschappen terug werd gegaan naar het station in Leiden om een aantal vuurmonden van het type 7 veld en 8-staal op te halen en deze naar Rijnsburg te brengen. Om ongeveer 17.30 uur werden de orders voor de volgende dag gehaald bij kapt. Tonnet te Rijnsburg. Tijdens de gehele mobilisatieperiode werden er landelijk meer dan 60 goederentreinen ingezet om de in totaal 14000 gevorderde paarden door heel Nederland te vervoeren. In de ochtend van de 10e Mei werden wachtmeester (capitulant) Meeuwsen en korporaal Lioni ieder 10 patronen gegeven en opgedragen zich per fiets wederom naar Rijnsburg te begeven om aldaar instructies te ontvangen. Na de capitulatie kon men melden dat 'de Instructie batterij 7 veld zich in goeden welstand te Rijnsburg bevond'. Bij Koninklijk besluit van 1 augustus 1950 nr 16 werd Kapitein Tonnet postuum benoemd tot ridder der vierde klasse van de Militaire Willemsorde. De Lt.Kol. Tonnet kazerne in het Harde is later naar hem vernoemd. Met uitzondering van soldaat Dirk van Delft zijn er in de meidagen van 1940 verder geen dienstplichtige Rijnsburgers gesneuveld. Zij keerden allen veilig terug naar Rijnsburg.

Lees meer...

De Valkenburgse wederopbouw

Een groepje Duitse officieren bekijkt de puinhopen in het dorp na 5 dagen oorlog. <em>(Foto: E. Wolthaus)</em>

Valkenburg voor de oorlog

Met zijn elfhonderd inwoners is Valkenburg voor de oorlog een klein dorp dat bestaat uit naar schatting 250 huizen en boerderijen omringd door polders en landbouwgrond. Met als statig middelpunt de NH kerk aan het Castellumplein. De kerk is gebouwd in 1844 op de resten van de oude fundering uit 1600. Het kerkje wordt gebouwd voor het toenmalige bedrag van 6500 gulden en bestaat in de eerste instantie uit een stenen gebouw en een houten kerktoren. Tijdens stormachtig weer en bij het stevig luiden van de klok gaat het hele gevaarte heen en weer. Hier wordt door de Katwijkers en de Rijnsburgers regelmatig de spot mee gedreven met de uitspraak: " Juh! kijk uit dat je kerktoren niet wegwaait". Er was op het moment van de bouw van de kerk nog geen geld voor de bouw van een stenen toren, deze is uiteindelijk in 1929 wel gerealiseerd. In tegenstelling tot de meeste andere kerktorens in Nederland was de Valkenburgse toren gemeente eigendom en viel niet onder staatsbezit.

Een dorp verwoest door oorlogsgeweld

Op 15 mei 1940 liggen de straten van Valkenburg bezaaid met met puin en granaatschreven. Mensen lopen met een doek over de mond door het dorp. De doordringende geur van brand en de ontbindende lichamen van mens en dier is bijna niet te harden. Het dorp is vijf dagen lang het toneel geweest van een verbeten strijd tussen Nederlandse en Duitse troepen om het valkbij gelegen vliegveld Valkenburg. Nederlands geschut heeft met beschietingen vanuit Katwijk, Noordwijk en Oegstgeest het dorp veranderd in een rokende puinhoop. Een groepje Duitse officieren begeeft zich door het dorp en neemt de schade in ogenschouw.

Lees meer...

C.F. de Graaf

C.F. de Graaf

"Een zondagskind van 94"

(Interview C.F. de Graaf, d.d. 17 jan.09)

Dit is het verhaal van Dhr. C.F. de Graaf uit Voorburg en zijn herinneringen aan de mobilisatie en de oorlogsdagen die hij in Katwijk en Valkenburg doorbracht.

Toen ik 18-19 jaar oud was kwam er op het gemeentehuis in Voorburg een Sergeant Majoor. Je had toen de mogelijkheid om je op te geven voor een zogenaamde vooroefening in je vrije tijd, voordat je echt in dienst ging. Een jaar lang heb ik toen voorgeoefend, iedere woensdagavond en zaterdagmiddag naar Waalsdorp op de fiets. In Kamp Waalsdorp lag een regiment Jagers en Grenadiers in houten barakken. We schoten met scherp op de schietbaan en kregen theorie wapenleer. Ondanks dat men slechts aan het vooroefenen was, was men volledig militair en onderhevig aan de krijgswet. Mijn wapen was een karabijn.

Lees meer...

Dirk van Delft

Dirk van Delft in zijn militair tenue. <em>(Foto: H. van Delft)</em>

"En toch mis ik er één..."

Dirk van Delft, een doodgewone kwekerszoon uit Rijnsburg, pas getrouwd en ongetwijfeld nog boordevol plannen, is het eerste Rijnsburgse oorlogsslachtoffer dat na de 10e mei te betreuren valt. Bijna 28 jaar oud en ingedeeld bij II 4-RI trekt Dirk met zijn eenheid op 10 Mei 1940 vanuit Noordwijk, over wat nu de provinciale weg is, maar vroeger niet meer dan een zandpad, naar Katwijk-Binnen om stelling te nemen achter de Rusthoek. Daar wordt hij dodelijk getroffen door een verdwaalde kogel vanuit de richting van de Zanderij. Van het gezin Van Delft is anno 2009 alleen broer Henk nog in leven. Hij is de jongste van het stel en was toentertijd 16 jaar oud. Echter de gebeurtenissen op deze fatale dag in mei kan hij zich nog als de dag van gisteren herinneren. Wat nu volgt is een ooggetuigenverslag van broer Henk wat diepe indruk maakt en het verhaal verteld van soldaat Dirk van Delft.

Lees meer...

Advertentie

Klaas Ros

Klaas Ros in zijn militair tenue. <em>(Foto: Mevr. de Lange)</em>

"Hij was nog kleurenblind ook!"

Als de Duitse troepen op 10 mei 1940 in alle vroegte ons land binnenvallen is de Katwijker Klaas Ros samen met tientallen dorpsgenoten gelegerd in de kazerne aan de Hoefkade in Den Haag. Op dat moment slechts zes weken onder de wapenen was hij in maart 1940, met oproepnummer 158, bij zijn eerste oefening opgekomen. Klaas werd als dienstplichtig soldaat ingedeeld bij 5-4 depotbataljon. Om klokslag 06:15, op 10 mei 1940, verlaten ze in allerijl de kazerne aan de Hoefkade om de gelande Duitse troepen bij vliegveld Ypenburg het hoofd te bieden. Voor de avond valt zijn er al vele doden te te betreuren, Klaas is een van hen, samen met plaatsgenoot Maarten van Duijn, die eveneens de dood vindt bij een poging om het vliegveld te heroveren. Wat er precies die dag in mei met Klaas gebeurd is zou zijn familie bij toeval jaren later pas te horen krijgen. Op Ypenburg werd hij samen met zijn gesneuvelde makkers met militaire eer begraven, maar later dat jaar thuisgehaald om in stilte zijn laatste rustplaats te vinden in Katwijk.

Mevrouw de Lange was toen weliswaar pas 9 jaar oud, maar Klaas staat voor eeuwig in haar geheugen gegrift. Zij was zijn kleine nichtje en hij was haar grote neef. Zijn verhaal is nooit verteld...

Lees meer...

Huig van der Plas

Huig van der Plas in zijn militair tenue. <em>(Foto: H. van der Plas)</em>

Een Katwijker in Moerdijk

Het is mei 1940. Negen maanden geleden, op 29 augustus 1939, zijn alle dienstplichtige mannen tussen de negentien en vijfendertig jaar gemobiliseerd. In heel Nederland wachten deze Hollandse soldaten de komst van de vijand af, die hopelijk weg blijft, net zoals dat in de eerste wereldoorlog het geval was. Huig van der Plas, was veertien maanden geleden al opgekomen voor zijn dienstplicht, eigenlijk zit zijn diensttijd er dus al op, maar met de huidige oorlogsdreiging moet hij uiteraard gewoon in dienst blijven. Huig is met zijn onderdeel gelegerd in de haven van Moerdijk, zeventien kilometer onder Dordrecht. Zij zijn gespecialiseerd in het overbruggen van water door middel van pontonbruggen of vaartuigen. Als de Moerdijk bruggen worden opgeblazen, om een eventuele vijandelijke opmars te vertragen, is het hun taak om een alternatieve verbinding tussen de beide oevers te onderhouden.

Lees meer...

Mobilisatietijd in Katwijk

Sinds 1814 bestond de militaire dienstplicht al in Nederland. Ook in de aanloop tot de tweede wereldoorlog kwamen jonge mannen nog steeds op voor hun nummer en verbleven enige tijd op een kazerne. Hier kregen zij een militaire training, die ze in geval van oorlog moesten gebruiken om voor het vaderland te vechten.

Katwijk en het 4e Regiment Infanterie

Op 28 augustus 1939 besloot Nederland over te gaan op een Algemene Mobilisatie, wat betekende dat er in zeer geringe tijd ongeveer 150.000 man voor verplichte dienst moesten komen opdraven, ook zij die al voor de militaire dienstplicht op waren gekomen in de voorgaande jaren. Katwijk werd thuisbasis voor delen van het 4e Regiment Infanterie wat voorheen in de Morspoort kazerne te Leiden gestationeerd was. Veel gemobiliseerden hadden al eens in dienst gezeten, toen zij voor hun nummer opgeroepen waren. Toen zij zich weer kwamen aanmelden in augustus 1939, werden hun oude kleren weer uit de mottenballen getrokken, die ondertussen vaak veel te klein waren geworden, of indertijd al opgelapt waren om er nog maar wat van te maken.

Lees meer...

Militaire slachtoffers - Katwijk

"We zullen vechten voor ons trotsche bataljon"

In het 's Heerenschool in Katwijk aan den Rijn is in alle vroegte groot alarm geslagen. De manschappen van het III M.C. 4-RI die sinds augustus 1939 enkele gebouwen van het Seminarium bevolken zijn ruw in hun slaap gewekt door het geluid van vliegtuigmotoren. In de tuin van het Seminarium staan ze met verbazing te kijken naar het schouwspel wat zich boven hun hoofden afspeelt. Aanvankelijk wordt aangenomen dat het Duitse bommenwerpers zijn op weg naar Engeland, maar niets is minder waar. Hemelsbreed, op nog geen twee kilometer afstand, wordt er hevig geschoten en dalen er Fallschirmjägers neer op vliegkamp Valkenburg. Bevelen worden gegeven om de wapens om te hangen en de karren met de zware mitrailleurs uit de schuren te halen. Uiteindelijk begint de realiteit tot hen door te dringen en ze beseffen: het is oorlog!

Lees meer...

Advertentie

Katwijk in Oorlog wordt met zorg en passie samengesteld door Danny Hoek en Erik Wolthaus.
Heeft u informatie, verhalen, foto's, documenten, aanvullingen of correcties? Neem dan contact met ons op!

Klik hier voor een lijst van personen die hebben bijgedragen aan dit project.