Jodenvervolging

Ook Katwijk bleef de maatregelen tegen Joden niet bespaard. Al vroeg in de oorlog begonnen de Duitsers met het opstellen van allerlei regeltjes die de vrijheid van Joden moesten beperken. Joden mochten bijvoorbeeld op bepaalde plekken niet meer komen en bepaalde beroepen niet meer uitoefenen.

Maatregelen tegen Joden

Op 30 september 1940 ontvingen alle gemeentebesturen, dus ook die van Katwijk, een brief over Joden werkzaam in de overheidsdienst. Alle Joden die daar werkzaam waren moesten op staande voet ontslagen worden. Onder overheidswerk viel niet alleen werk bij de gemeente en politie, maar bijvoorbeeld ook werk in het onderwijs. Ten tijde van de oorlog waren er in Katwijk geen Joden in dienst van de gemeente. Wie getrouwd was met iemand van Joodse bloede moest ook per direct ontslagen worden uit zijn of haar gemeentelijk ambt. Ook hiervan was geen sprake binnen de gemeente Katwijk. Dit bevestigde burgemeester Woldringh van der Hoop op 26 oktober 1940. De Duitsers, punctueel als zij waren, lieten alle gemeenteambtenaren een Ariërverklaring tekenen. Hiermee kon worden bewezen dat de persoon in kwestie geen Joods bloed had.

Op 27 januari, 2 april en 9 april stuurde de Rijksinspectie van de Bevolkingsregisters brieven naar de burgemeester van Katwijk. Zij wilden een opgaaf van alle Joodse inwoners van Katwijk hebben. Op al deze 3 verzoeken heeft de burgemeester bewust niet gereageerd. Nadat de Rijksinspectiedienst uiteindelijk maar gebeld had, moest de burgemeester de lijst wel laten opstellen en verzenden naar de Rijksinspectie van de Bevolkingsregisters. Het werd een lijst met 8 namen. A. Abas, A. Belinfante, L. Belinfante, J. Philips, C. Rodrigues, K. Schwartz, L. de Valença en N. de Valença. Meer als de helft van de personen op de lijst hebben het eind van de oorlog niet gehaald.

Joodse kinderen mochten vanaf augustus 1941 niet meer op een gewone school. Zij moesten naar een speciale school voor Joodse kinderen. Hoewel er geen Joodse kinderen op scholen in Katwijk zaten, liet de Commissie van Beheer van Hervormde scholen te Katwijk, na het horen van de absurde maatregel, aan het gemeentebestuur weten dat ze om principiële redenen sowieso niet van plan waren om de maatregel door te voeren.

Als je als Jood wilde verhuizen naar een andere gemeente, had je een vergunning nodig. Deze verhuisvergunning moest aangevraagd worden bij de commissaris-generaal voor Veiligheid. Vanaf 8 oktober '41 had je tevens een vergunning nodig om binnen Katwijk te verhuizen. De burgemeester moest erop toezien dat er verhuisd werd met vergunning. Als hij zou bemerken dat dit niet gebeurde, moest hij de politie inschakelen.

Op 29 april 1942 wordt door de Duitse bezetter de Jodenster geïntroduceerd. Dit met nog een aantal andere regels over het kentekenen van Joden. Een Jood mocht bijvoorbeeld ook geen orde-, eretekens of andere insignes dragen. Deze bekendmaking werd gedaan door de Höhere SS und Polizeiführer Nordwest, door middel van een persbericht. Door de invoering van de Jodenster kon nu iedereen gemakkelijk zien wie er een Jood was. Dit had soms tot gevolg dat de Joden uitgescholden werden of ontlopen.

Juni '42 was een extra moeilijke tijd voor de Joden. Gedurende deze maand werden er allerlei regels opgesteld om de Jood zo weinig mogelijk bewegingsvrijheid te geven. Zo moesten de Joden allemaal hun fietsen inleveren. Indien deze kapot was moest de eigenaar hem eerst op eigen kosten laten repareren. Ook werd bekend gemaakt dat Joden een heel scala aan beroepen niet meer mochten uitvoeren. Een Jood mocht alleen minderwaardige beroepen uitoefenen. Op 30 juni werd er door de Höhere SS und Polizeiführer Nordwest een brief gestuurd naar de Vereniging van Nederlandse gemeenten. Deze brief ging over de bewegingsvrijheid van Joden. Joden waren bijvoorbeeld niet meer toegelaten in ter ontspanning dienende particuliere inrichtingen, mochten alleen tussen drie en vijf uur winkels betreden, en mochten geen gebruik maken van het openbaar vervoer. Dit is een klein deel van de regels die opgesteld waren in de brief.

Ver na de afkondiging van 30 september 1940 werd er wederom een controle gedaan onder de gemeenteambtenaren. Deze keer ging het over de echtgenoten van de ambtenaren. Er werd op 11 september '42 één naam en adres teruggezonden van een ambtenaar die een Joodse vrouw had.

Alsof het allemaal nog niet ingewikkeld genoeg was, kregen de Joden tussen 15 en 25 september de mogelijkheid om een verklaring vast te stellen van een gemengd huwelijk. De Joodse partner binnen het gemengde huwelijk moest op een formulier allerhande gegevens invullen. Veel zin had het niet om een dergelijk formulier in te vullen, daar je er als Jood geen grotere bewegingsvrijheid door kreeg. Er werd daarentegen wel beloofd dat de Joodse partner voorlopig niet gedeporteerd zou worden. Of dit waar was, moesten de Joden natuurlijk maar afwachten.

In 1942 werd er druk gewerkt aan de richtlijnen voor de evacuatie van de kuststrook in Katwijk. Dit was een heel gedoe, en uiteraard moest ook de evacuatie van Joden apart verlopen. Er werd hiertoe een lijst van vol-Joden opgesteld, welke vervolgens aan de Duitse autoriteiten doorgegeven werd. De Duitsers regelden vervolgens apart de evacuatie van de vol-Joden. Gemengde gezinnen van Joden en niet Joden werden behandeld als niet Joodse gezinnen. Dit alles werd door het Bureau Afvoer Burgerbevolking aan de burgemeester meegedeeld op 26 november '42. Op 29 december dat zelfde jaar kreeg de burgemeester wederom een brief van het Bureau. Hierin stond dat de Rijkskommissaris bepaald had dat alle gemengd Joodse gezinnen naar Amsterdam moesten verhuizen. Dit was natuurlijk tegenstrijdig met de berichten van 26 november.

Op 5 mei 1943 werd er door de bezetter een maatregel doorgevoerd met betrekking tot gemengd gehuwde Joden. Zij moesten zich laten steriliseren, anders zouden ze gedeporteerd worden. De toentertijd in Katwijk woonachtige heer Schelvis heeft zich toen nog laten steriliseren.

Op 1 februari 1944 werd het Joodse gezin Belinfante door de Sicherheitsdienst opgepakt. Een uitgebreid verslag hierover vindt u hier.

Tot aan de bevrijding veranderde er nog maar weinig aan de leefomstandigheden van de Joden. Pas na de bevrijding mochten de Joden het echte, vrije leven weer proeven.

Correspondentie

Een enveloppe uit 1943 van de Höhere SS und Polizeiführer Nordwest en SS Führer im Rasse- und Siedlungswesen, geadresseerd aan de burgemeester van Katwijk aan Zee. <em>(Enveloppe: E. Wolthaus)</em>

Gedenksteen

De gedenksteen op de Joodse begraafplaats te Katwijk aan den Rijn. <em>(Foto: Katwijk in Oorlog)</em>

Katwijk in Oorlog wordt met zorg en passie samengesteld door Danny Hoek en Erik Wolthaus.
Heeft u informatie, verhalen, foto's, documenten, aanvullingen of correcties? Neem dan contact met ons op!

Klik hier voor een lijst van personen die hebben bijgedragen aan dit project.